Archined - Van wie is de berg?
door Jurian Weitz
21 oktober 2026In 2026 is het 100 jaar geleden dat de ENCI (Eerste Nederlandse Cement Industrie) begon met de industriële ontginning van de bij Maastricht gelegen Sint-Pietersberg. In Bureau Europa wordt dit historische moment met de tentoonstelling Van wie is de berg? zowel herdacht als gevierd. Tegelijkertijd werpt de expo een licht op een onderliggend vraagstuk: aan wie behoort een landschap toe wanneer mens en industrie de berg niet alleen gebruiken, maar zowel fysiek als cultureel naar hun hand zetten?

Film still Solastalgia (2019) / Eline Kersten
Waar een jubileum aandacht vraagt voor het vieren van een bepaalde mijlpaal, draait een herdenking om het reflecteren op de stappen die zijn gezet om te komen waar we nu staan én het onder ogen zien van de dingen die onderweg verloren zijn gegaan. Dit is het spanningsveld waarin Bureau Europa de tentoonstelling Van wie is de berg? positioneert. De titel van de tentoonstelling lijkt in eerste instantie naar grondeigendom te verwijzen. De vraag kan echter ook anders geïnterpreteerd worden. Wie mag een landschap veranderen? Wie bepaalt welke onderdelen, fysiek, cultureel of sociaaleconomisch, waardevol genoeg zijn om behouden te worden? En uiteindelijk, wie bepaalt de toekomst van de berg?
De Sint-Pietersberg vormt daarmee niet alleen het onderwerp van deze tentoonstelling, maar toont ook het spanningsveld waarin verschillende claims op en betekenissen van de berg – en die van vele andere voormalige ontginningsgebieden in de wereld – centraal staan. Honderd jaar na de start van de exploitatie en tien jaar aan kunstonderzoek naar de Sint-Pietersberg vormen samen een aanleiding om stil te staan bij de impact van deze verschillende vormen van toe-eigening.
De berg als materiaal
De industriële ontginning die in 1926 begon, is een directe en vrij radicale toe-eigening van de berg. De ENCI plaatste niet alleen een industrieel complex in het landschap, de Sint-Pietersberg werd zelf het materiaal dat toegeëigend werd. In de groeve werd kalksteen gewonnen en verwerkt tot cement. Hierdoor kreeg de lokale economie een impuls die rechtstreeks te relateren was aan de fysieke transformatie van het landschap. Daardoor is de groeve niet alleen de plek waar de industriële geschiedenis zichtbaar is, haar huidige vorm is zelf het resultaat van deze geschiedenis.
Het is juist dat onderscheid dat het werk Solastalgia van Eline Kersten betekenisvol maakt. Historische beelden van een grotendeels intacte Sint-Pietersberg worden afgewisseld met contrasterende dronebeelden van de groeve zoals zij er nu bij ligt. Vanuit de lucht wordt zowel de schaal als de impact van de ontginning op het landschap zichtbaar. Waar de historische beelden nog een berg tonen, laten de hedendaagse beelden een landschap zien dat mede door industriële exploitatie is bepaald. Het werk toont niet alleen de verandering, maar maakt ook inzichtelijk hoe fundamenteel het begrip van het landschap hier is verschoven.
Van wie is de berg?, Bureau Europa (Maastricht, 2026) / werk door Mounir Eddib en Arjun Das / foto Moniek Wegdam
Vanuit industrieel perspectief wordt de berg gereduceerd tot grondstof. Een grondstof die daarna verwerkt, verkocht en verhandeld kon worden. Dit proces wordt tastbaar gemaakt door een alledaags object uit de tentoonstelling: een ENCI-logboek waarin nauwkeurig werd bijgehouden waar de cementzakken terechtkwamen en in welke toestand de lege zakken terugkeerden. De schaal en grofheid van de verwoestende landschappelijke ingreep staat in scherp contrast met de bureaucratische precisie van deze administratie. Binnen deze administratie verschuift het begrip van de Sint-Pietersberg van een landschap naar een object, om uiteindelijk onderdeel te worden van een productiestroom.
Daarmee krijgt de centrale vraag ook een economische dimensie. Wat betekent het om een landschap te bezitten wanneer delen ervan kunnen worden gewonnen, verwerkt en afgevoerd? Het eigendom manifesteert zich dan niet meer alleen binnen de kadastrale grens, delen van de berg verlaten in de vorm van cement letterlijk de Sint-Pietersberg en vinden hun weg tot ver buiten Maastricht.
Meerdere bergen
Van wie is de berg? beperkt zich niet alleen tot de industriële geschiedenis van het landschap. Bureau Europa brengt verschillende perspectieven op de Sint-Pietersberg bijeen; paleontologen, biologen, voormalige ENCI-medewerkers, historici en recreanten die met de berg zijn opgegroeid, werden gekoppeld aan kunstenaars. Deze duo’s combineerden verschillende referentiekaders met artistieke blikken, wat leidde tot uiteenlopende perspectieven op de berg.
Het werk van Sanne Vaassen illustreert de veelheid en verschillen van deze perspectieven. Haar installatie met draaiende spiegels is gebaseerd op de achttiende-eeuwse Claudespiegel of miroir noir, een instrument waarmee het landschap indirect en vervormd kon worden bekeken. Hierdoor werd het landschap nooit eenvoudig getoond zoals het ‘is’. De miroir noir selecteert, kadert en vervormt het landschap. Vaassens installatie verbindt dit principe met de uiteenlopende manieren waarop naar de Sint-Pietersberg en haar rijke verleden kan worden gekeken.
Haar werk maakt een belangrijk inzicht helder: een volledig neutrale Sint-Pietersberg bestaat niet. Wat iemand in de berg ziet of herkent, wordt mede bepaald door diens eigen referentiekader. Zelfs begrippen die als objectief worden beschouwd – natuur, erfgoed, grondstof – zijn manieren om bepaalde eigenschappen van de berg centraal te stellen en andere aspecten te verdringen. En daarmee verschuift ook direct de vraag van wie is de berg. Niet alleen het bezit van de berg is relevant, ook het vermogen om te bepalen wat de berg eigenlijk ís, vormt een vorm van toe-eigening.

Van wie is de berg?, Bureau Europa (Maastricht, 2026) / werk door Helena / foto Moniek Wegdam
Perspectief en macht
De uiteenlopende blikken binnen de tentoonstelling roepen echter een complicatie op. Wanneer iedereen een ‘eigen’ Sint-Pietersberg construeert, ontstaat de indruk dat al deze perspectieven gelijkwaardig zijn. Een voormalig ENCI-medewerker kan de groeve als werkplaats herinneren, terwijl een Maastrichtenaar haar als recreatiegebied ervaart. Beiden geven betekenis aan dezelfde berg.
Maar een interpretatie is iets anders dan een graafmachine.
De centrale vraag verschuift van perspectief naar macht. De industriële toe-eigening onderscheidt zich van andere perspectieven doordat de interpretatie van de berg als grondstof zich ook fysiek en op grote schaal kon materialiseren. Het resultaat daarvan is blijvend zichtbaar. Andere perspectieven kunnen nieuwe betekenissen aan het getransformeerde landschap toekennen, maar doen dat binnen de fysieke werkelijkheid die de industriële ontginning heeft geproduceerd.
Dit is de reden waarom de verschillende perspectieven niet als gelijkwaardige vormen van toe-eigening kunnen worden beschouwd. De tentoonstelling verkrijgt een extra dimensie wanneer haar veelstemmigheid niet als eindpunt maar als een nieuwe start wordt beschouwd. Dan heeft niet alleen de vraag welke verschillende Sint-Pietersbergen er bestaan de overhand, maar ook welke partijen daadwerkelijk invloed hebben op wat de berg in de toekomst wordt.

Van wie is de berg?, Bureau Europa (Maastricht, 2026) / zaaloverzicht met werk van Sanne Vaassen en Deep Time Agency / foto Moniek Wegdam
Voor wie is de berg?
De vraag “van wie is de berg?” verdwijnt niet nu de industriële ontginning tot het verleden behoort. Integendeel, toen de dominante industriële functie in 2020 wegviel, ontstond ruimte voor nieuwe claims op de berg. Natuurontwikkeling, erfgoed, recreatie, kunst en wetenschappelijk onderzoek maken allemaal aanspraak op hetzelfde gebied. Uit de kritische vraagstukken, toekomstbeelden en plannen waarmee de tentoonstelling vooruitblikt, blijkt dat de Sint-Pietersberg ook lang na het vertrek van de ENCI onderworpen wordt aan onderhandelingen.
Het zou daarom ook te eenvoudig zijn om de huidige staat van de berg weg te schrijven als een overgang van industrie naar natuur, waarbij het eerste als aantasting en het tweede als herstel van het landschap wordt beschouwd. Het ‘teruggeven’ van het industriële landschap aan de natuur is vanzelfsprekend een ruimtelijke en culturele keuze. Beslissingen over welke elementen als erfgoed worden bestempeld, waar recreatie kan plaatsvinden en waar de natuur haar beloop kan hebben, bepalen mede hoe de berg van de toekomst eruitziet. Het einde van de ontginning betekent dan ook niet het einde van de strijd om de Sint-Pietersberg.
Wie bepaalt wat de berg wordt?
Van wie is de berg? geeft geen eenvoudig antwoord op de vraag uit haar titel. Gelukkig is dat ook niet het doel. De kracht van zo’n ogenschijnlijk eenvoudige vraag ligt juist in de complexiteit die erachter schuilgaat. Verschillende betekenissen, perspectieven en drijfveren kenmerken de Sint-Pietersberg tegelijkertijd als natuurgebied, recreatielandschap, geologisch archief en zowel industrieel als cultureel erfgoed.
Hoewel deze betekenissen geladen zijn en niet onder gelijke voorwaarden tot stand zijn gekomen, maakt de geschiedenis van de ENCI inzichtelijk dat de manier waarop een landschap wordt gedefinieerd consequenties kan hebben voor de fysieke werkelijkheid ervan. Wie de berg als grondstof kan definiëren én de middelen bezit om daarnaar te handelen, bezit een andere vorm van macht over de berg dan degene die haar achteraf interpreteert of herinnert.
Honderd jaar na de start van de ontginning is deze constatering relevant voor de toekomst van de Sint-Pietersberg. Nieuwe belanghebbenden brengen nieuwe perspectieven met zich mee en daarmee nieuwe claims op de berg. Samen met de rijke en geladen blikken op de berg bepalen zij de toekomst van de berg. Wat de tentoonstelling vooral inzichtelijk maakt, is dat degene die kan bepalen wat de berg is, uiteindelijk invloed uitoefent op wat de berg wordt.
Lees hier de recensie op de webstie van Archined.
Info
Jurian Weitz studeerde bouwkunde aan de TU/E en is als kritische denker geïnteresseerd in filosofie, geschiedenis en architectuur. Met name hoe deze disciplines inzicht geven in én invloed hebben op onze omgeving.
Van wie is de berg? Een eeuw graven en dromen in de ENCI is nog tot en met 8 november te zien bij Bureau Europa, Maastricht. Behalve is er ook een uitgebreid publieksprogramma > meer informatie.

