Voyage: Het Maastricht van Jo Coenen

Wandel door de stad in de voetsporen van de bouwmeester

10 oktober 2020 t/m 3 januari 2021

Jo Coenen, geboren Heerlenaar, begon zijn architectencarrière in de stad van zijn alma mater, Eindhoven. Maar in Maastricht geniet de bouwheer een ongenaakbare bekendheid en waardering. Geen wonder: wandel met ons mee, treed in de voetsporen van Jo Coenen die in gesprek ging met kunstenaar Joep Vossebeld en ontdek de sporen van de bouwmeester in deze dwarsdoorsnede van de Maastrichtse binnenstad.

Na zijn afstuderen als bouwkundig ingenieur in 1975 aan TU Eindhoven, deed Coenen verdere ervaring op bij de groten der aarde: architecten Ungers in Keulen, Krier in Wenen, Snozzi in Lausanne, Stirling in Düsseldorf, en Van Eyck en Bosch in Amsterdam. Hoewel een geboren Limburger, bleef werk in de provinciehoofdstad uit tot 1986, als Coenen met ontwerpen voor inpassing van de Rijksuniversiteit in de binnenstad in Maastricht terecht komt. Van Eindhovens architect ontpopt hij zich tot Stadsmaker van Maastricht, die zijn stempel langs de gehele lengte van de Maasoevers in de stad heeft gedrukt: van de herinrichting van de Maasboulevard tot de supervisie over het nieuwe stadsdeel Céramique. 

Meteen kreeg hij te maken met een mentaliteitsopgave: de Maastrichtenaar leeft met een oud centrum; een aan tradities hechtende, trotse levensstijl, waardoor hij weinig is voorbereid op te grote veranderingen in zijn stad. Nu behoort behoudzucht niet van huis uit tot het vocabulaire van de architect. Toch is Coenen zich, door zijn werk hier, enthousiast gaan verdiepen in de geschiedenis van Maastricht, verzamelde hij aquarellen, oude stadsgezichten, maakte hij zelfs een historische atlas van de stad, om de rijke geschiedenis te kennen en te kunnen verwerken in zijn eigen oeuvre. Zijn relatie met Maastricht heeft Coenen perspectief op architectur gegeven en zijn latere, belangrijke lessen voor de toekomstige generatie bouwmeesters helpen definiëren: koester de geschiedenis als vriend in je ontwerppraktijk. Ontwerp het publieke domein om de verloren samenhang in een stad te herstellen. Waarborg coninuïteit. Houd van je stad. 

1. Wandel vanaf Bureau Europa over de Bassinbrug naar het Landbouwbelang. Voorbij deze oude graanmagazijnen staan aan je linkerhand de Kantoorgebouwen aan de Maas.

In de 60er jaren speelt Maastricht, eigenlijk onverhoopt, met de gedachte om woon- en werkruimte flink uit te breiden met hoogbouw. Op fotomontages uit die tijd prijken kantoortorens hoog boven de skyline. “Manhattan aan de Maas”, koppen de kranten zelfs. Het is nooit gekomen tot die rücksichtslose bouwdurf. Het historische centrum bleef – bij gebrek aan middelen – vooralsnog bewaard. Maar haar grootstedelijke ambitie heeft de stad nooit uit het oog verloren. In de jaren ’80 komt het daarom tot een revival van het hoogbouwdenken: de behoefte aan meer kantoorruimte komt samen met de stiekeme wens het stadsaanzicht drastisch te moderniseren.

De plek waar je nu staat is een heel bijzondere in de late 80er jaren. Hier, aan de kop van de Kesselskade, loopt dan de scheidslijn tussen het oude en zichzelf opknappende historische centrum en de langzaam verloederende en verdwijnende industriële haven. Het gebied toont de duidelijke resten van een diep gesneden kanaal, nu gedempt. Wat overblijft, is een te brede straat, waar eerdere bebouwing werd afgebroken en waar onnatuurlijke hoogteverschillen uitmondden in het Landbouwbelang. Dit vooroorlogse, bijna herculische graanmagazijn, dat sinds de 70er jaren in onbruik was geraakt en vandaag een culturele vrijplaats is, domineert dan het oeveraanzicht. Een harde scheidslijn moet worden getrokken.

Jo Coenen verdiept zich in de historische situatie en restanten van deze plek en neemt de kennis van het kanaal en de industrie mee in zijn ontwerp van een dubbel kantoorpand. De opdrachtgevers hebben eerst twee gebouwen met gezamenlijke behuizing voor ogen, maar Coenen doet het anders. Twee afzonderlijke gebouwen, door een onderbouw aan elkaar verbonden, vormen de overgang tussen het havengebied en de stad. Deze onderbouw, een terras met traptreden over de hele breedte, speelt met de sporen uit het verleden en zorgt voor een stedelijke ambiance. Het lichte gebouw dat naar de stad staat gericht, contrasteert sterk met de hoogbouw ernaast, die aan de zijwand bekleed is met een schil uit donkere baksteen: een antwoord op de pakhuizen van het Landbouwbelang. Waar de donkere baksteen gelijkt op die van het de industriële stad, verwijst de witte kleur aan de stadszijde duidelijk naar de gelijkgekleurde herenhuizen langs de Kesselskade. De versmelting van de kantoorpanden met de omgeving is zo naadloos, dat het gebouw van Coenen van een afstandje lijkt weg te vallen. Probeer het maar eens te vinden als je straks op de Hoge Brug staat!

Kantoorgebouwen aan de Maas

2. Loop nu verder over de Kesselskade naar het Mosae Forum. Ooit had de Wilhelminabrug hier monumentaal met de Markt verbonden moeten worden, zoals op onderstaand ontwerp (1936) van Alphons Boosten te zien is. Bekijk de twee panden van het complex vanaf de Y-vormige aanlanding van de Wilhelminabrug en wandel over en om het Forum. Let ook op het woonblok van de hand van Jo Coenen in de Gubbelstraat. 

Tot de jaren ’30 kent Maastricht maar één brug, de Middeleeuwse Servaasbrug die zijn geliefde koosnaam de Aw Brögk daarom ruimschoots verdient. Maar begin 20e eeuw neemt het verkeer explosief toe en de oude brug verzucht zijn onderkomen bestaan. Instortingsgevaar! Een nieuwe brug is hard nodig en in 1932 wordt daarom de Nuij Brögk, de Wilhelminabrug, in gebruik genomen: monumentaal, in vervlogen Art Deco, en dramatisch aanlandend op de Markt. Hiervoor wordt de hele oostelijke marktwand geopend en de historische bebouwing gesloopt. Maar van alle geplande stadskantoren, theaters en restaurants op deze plek, komt niets terecht. De vierde marktwand blijft braak liggen.

Pas een kwart eeuw later komt er schot in de zaak, als architect Dingemans het stadskantoor aan de ene kant en architect Huysmans de Provinciale Waterstaat aan de andere kant van de zogenoemde Stadhuisstraat bouwen. De straat wordt te breed, te druk en de gebouwen aan weerskanten, in sobere functionalistische stijl, zijn veel Maastrichtenaren een doorn in het oog. Langs de Maas wordt een autoweg aangelegd en van de Markt wordt een parkeerterrein gemaakt.  Beide doen afbreuk aan het historische karakter van de plek. Maastricht wil al gauw zijn oude Markt terug, de bres in het stadsweefsel moet worden gedicht. Een internationale architectuurprijs biedt de oplossing.

De prijsvraag wordt gewonnen door het Luikse bureau van architect Bruno Albert. Jo Coenen werkt dan al aan herinrichting van de Maasboulevard en wordt gevraagd om een second opinion. Hij constateert dat het ontwerp van Albert te wankel is omdat het geen rekening houdt met een nodige herinrichting van het verkeer. Dit is de meest vitale plek in Maastricht en elke ingreep hier heeft consequenties voor de hele stad. Het veelomvattende gebiedsplan dat Coenen opstelt, doet een greep naar het verleden: een terugkeer naar het vroegere stratenpatroon, een extra maaiveld dat toegang geeft tot oude kelders voor nieuwe winkels en een nieuw stuk stad dat de Markt weer sluit tot één geheel.

Dat twee architecten aan het werk zijn gegaan, is goed te zien. Waar het complex in eerste instantie één gebouw had moeten worden, met galleria en binnenhof, winkels, raadszalen en stadskantoren, zijn er nu twee gebouwen. Het Zuidgbouw, door Bruno Albert, met drie tot zes bouwlagen, is bekleed met lichtgrijze natuursteen. Let ook op de bijzondere, paraplu-achtige, glazen overkapping van het atrium tussen de oude Marktpanden en het nieuwe complex: de overbrugging tussen heden en verleden. Het Noordgebouw, van Jo Coenen, telt vier tot zes bouwlagen en valt op door zijn helderwitte uitstraling met aan de Marktzijde het ronde kopgebouw met de raadszaal, omgeven door een scherm van lichtbruine natuursteen. Van Coenen is ook het langszijgelegen Gubbelstraat-complex, maar hij geeft dit afwijkend vorm: geen glas, staal en lichte natuursteen, maar donkere baksteengevels en leien daken, om beter aan te sluiten bij de bestaande bebouwing. Zo zitten er hier bijvoorbeeld subtiele verwijzingen naar de Sint-Matthiaskerk in de Boschstraat. 

Met Mosae Forum krijgt de antieke Tweeherigheid van Maastricht, dat eeuwenlang tegelijk onder Luiks en Nederlands bewind viel, een nieuwe, architectonische vertegenwoordiging: de tweedeling tussen 'het Luikse' en 'het Brabantse' zat al in het Stadhuis, maar nu ook in dit moderne complex van een Luikse en een Nederlandse architect. En nog saillanter: het Zuidgebouw van Albert ligt richting Luik en het Noordgebouw van Coenen richting Brabant. Maar dat is slechts toeval.

Mosae Forum

3. Loop van Mosae Forum naar de Servaasbrug en kijk al flanerend goed om je heen. Ooit liep hier het oude Luik-Maastrichtkanaal, dat in de 60er jaren werd gedempt. Jo Coenen heeft de hele Maasboulevard op de westoever in de jaren '90 heringericht. Dit is het duidelijkst zichtbaar langs de Van Hasseltkade. 

Als je nu door de Maastunnel rijdt, rijd je in wezen op de bodem van het oude kanaal Luik-Maastricht dat vanaf het midden van de 19e eeuw parallel aan de Maas liep. Omdat de oude Servaasbrug geen groot scheepsverkeer onderdoor kon laten, werd vanaf 1846 een kanaal aangelegd dat uitmondde in de nieuwe, industriële binnenhaven, het Bassin. Het kanaal wordt in de 60er jaren gedempt om plek te maken voor een autoweg. Dit is het tijdperk waarin steeds meer gezinnen hun eigen personenauto krijgen en de Maastrichtse binnenstad het toneel wordt van vele verstoppingen in de snel dichtslibbende, nauwe straatjes.

Maastrichtenaren verliezen hun band met de Maas, maar ook met de binnenstad. Doordat er een aantal van die barrières achter en parallel aan elkaar zijn, wordt navigeren door de stad moeilijk. Om van Oost naar West te gaan, steek je eerst de A2 over, vervolgens het spoor (door de smalle stationspasserelle), dan de Maas en tenslotte ook nog eens de drukke Maasboulevard, vooraleer je in de binnenstad staat. Er is daarom geen stadssamenhang. De bewoners van Oost hebben geen feeling met de rest van de stad. Bovendien mist Maastricht de stedelijke uitstraling die een aantrekkelijke, publieke Maasoever verzorgt.

Jo Coenen ontwerpt al in 1992 een masterplan om de aanlanding van de Wilhelminabrug te verbeteren en de Maaskade weer voor voetgangers toegankelijk te maken. Dit plan herstelt de stadssamenhang doordat het de horde van de autoweg wegneemt en de Maas bij het publieke domein inlijft.  De waterkant wordt voor voetgangers bereikbaar door het autoverkeer ondergronds te leggen. Voor het eerst in de 2000-jarige geschiedenis van de stad Maastricht wordt de oever ingericht als publiek terrein en kan er nu langs de waterkant, van het Gouvernement, via de Sint Servaasbrug, tot aan het Landbouwbelang geflaneerd worden.

Coenens plan bouwt op historische sporen: de niveauverschillen langs de oever, die al bij de kantoorpanden aan de kop van de Maasboulevard zijn gebruikt, worden ditmaal aangewend voor de aanleg van een dubbele promenade: een lagergelegen kadelaag, pal langs het water, en een hogere voor terrassen aan de stadskant. Dat is ingrijpend, maar de ontwerpen zijn zo onzichtbaar mogelijk in het bestaande weefsel ingewerkt. De bestrating, beplanting en het straatmeubilair passen naadloos in de bestaande context. Mensen zullen daardoor denken dat de situatie nooit anders is geweest.

Herinrichting Maasboulevard

4. Flaneer over de langs de Maas gelegen kade voorbij Rederij Stiphout en de terrassen aan de Van Hasseltkade naar de Sint Servaasbrug. Je kunt onder de beroemde Tiende Boog wandelen. Wist je dat de Aw Brögk ooit werd opgeblazen? Lees hieronder waarom!

De bekende Aw Brögk van Maastricht, de Sint Servaasbrug, wordt soms wel de Romeinse brug genoemd. In werkelijkheid heeft de houten brug over de Maas die de Romeinen aanlegden een kleine 200 meter verderop gelegen – een sculptuur van Jo Schoenmakers en Arno Meijs, Pons Mosae, geeft sinds 2005 de plek aan met een moderne kopie van een uit de Maas gedregd Romeins beeld van een leeuw. Een nieuwe brug, ietsje verderop, werd gebouwd in 1298, in opdracht van het Servaaskapittel, nadat de oude Romeinse of vroeg-Middeleeuwse brug was ingestort.

Wat veel mensen zich niet realiseren (en wat regelmatig ook tot onttovering leidt), is dat de Aw Brögk eigenlijk helemaal niet zo oud is: pas negentig jaar. Aan het begin van de 20e eeuw kraakt de brug aan alle kanten onder het toegenomen verkeer. Er rijden zelfs trams over! De stad wil de brug het liefst afbreken en een geheel nieuwe bouwen, de Wilhelminabrug. De bevolking laat van zich horen, de gemeenteplannen worden met veel bombarie beweend. Vermurwd kiest de stad uiteindelijk niet voor deconstructie, maar voor reconstructie. De Servaasbrug wordt onder veel bekijks opgeblazen en vervangen door de moderne, betonnen constructie uit de jaren ‘30 die we nu kennen - bij de bekleding is wel zoveel mogelijk oud materiaal gerecycled, om de Middeleeuwse uitstraling te waarborgen.

Als Jo Coenen aan de herinrichting van de Maasboulevard en de ondertunneling van de autoweg werkt, stuit hij met afgravingen op een ondergronds gelegen boog van de brug. Traditioneel telt de stenen brug negen bogen – plus een houten overspanning voor de scheepvaart. Inmiddels zijn het er nog maar zeven, trouwens, dus je hoeft niet na te tellen. Maar plots was er daar een extra boog, die romantisch De Tiende wordt genoemd. Deze werd rond 1640 bij restauraties dichtgemetseld. De boog werd al eens eerder ontdekt, rond 1850, toen het kanaal langs de Maas werd gegraven, maar kwam bij de aanleg van de autoweg, alsof er niets was gebeurd, weer ondergronds te liggen.

De resten die Coenen vindt, zijn geheel origineel en daarom het meest authentieke gedeelte van de Middeleeuwse brug. Het restaureren van de oorspronkelijke boog blijkt echter onmogelijk. De stenen zijn met verloop van tijd te broos geworden en zijn daarom grotendeels onbruikbaar om de boog te reconstrueren. In 2007 worden de laatste resten van de 13e-eeuwse brug daarom gesloopt en vervangen door, je raadt het al, een betonnen constructie, net als bij de rest van de brug. Toch heeft de boogreconstructie hier wel een moderne uitstraling die veel vragen oproept. Het was de keuze om de moderne ingreep in het historisch weefsel op deze manier zo duidelijk mogelijk zichtbaar te maken. Wel zijn delen van de constructie en van de oude stenen binnen de moderne reconstructie teruggeplaatst, misschien bij wijze van memento dat de geschiedenis zich blijft herhalen. 

De Tiende Boog van Servaas

5. Vanonder Servaas' Tiende Boog kun je langs de Maas wandelen. Let op het standbeeld Pons Mosae dat de plek van de Romeinse brug markeert. Loop tot aan de Hoge Brug en beklim de luie trap. Halverwege de brug heb je het beste uitzicht over alle windrichtingen. 

Aan het begin van de 21e eeuw krijgt Maastricht er een nieuwe, markante brug bij, die volgens goed gebruik simpelweg de Hoeg Brögk wordt genoemd. De stalen boogbrug die aan diagonaal gespannen kabels hangt, heeft pijlers op de beide oevers, maar kan geen pijlers in de Maas zelf hebben, om de scheepvaart niet verder te hinderen. De brug moet daarom ook voldoende hoog zijn, maar liefst 10 meter boven de waterspiegel. Omdat de opritten niet te steil mogen worden en daarbij op speciaal verzoek van de Gemeente, wordt gekozen voor de zogenoemde ‘luie trap’-constructie. Over het gebruikersgemak valt, zoals graag veel gedaan wordt, te redetwisten. 

Het ontwerp is van het bureau René Greisch uit Luik en verbindt het moderne Charles Eyckpark aan het historische stadspark in de binnenstad, het oudste nog bestaande stadspark van Nederland. Met zijn lengte van 260 meter en breedte van slechts 7,20 meter is de Hoge Brug een heel andere versie van de brug die al vanaf het begin in de ontwerpplannen voor het nieuwe stadsdeel Céramique te zien is - en die volgens sommige concepten vanaf een hogere verdieping van de gebouwen op Plein 1992 had moeten lopen. Wel ligt de brug nu op nagenoeg dezelfde plek als altijd door de supervisor van het hele Céramiqueproject, Jo Coenen beoogd. De volgende gedachtenexercitie is goed voor een kleine Aha-Erlebnis: als je de brug doortrekt richting binnenstad, zoals ooit de bedoeling was, komt deze perfect op dezelfde hoogte aan als de stadsmuur. 

De brug begint op het driehoekige Plein 1992, het jaar van het Verdrag van Maastricht, de totstandkoming van de Europese Unie. De buitenlijnen van het plein, als je ze over de rivier uittrekt, komen uit aan de uiterste weerskanten van de Onze-Lieve-Vrouwewal, de stadsmuur op de andere Maasoever. Het is de stadsmuur in de binnenstad, en niet de rivierkade op de oostoever, die daarmee gezien kan worden als de derde rand van het Plein 1992. De voetgangersbrug snijdt de imaginaire driehoek in twee helften. Aan de voet van de brug ligt de authentiek 14e-eeuwse Maaspunttoren, die de overgang markeert van het groene Charles Eyckpark naar het stenige plein.

De hoge brug komt aan bij een bijzonder brughoofd. Het Maasappartementengebouw van Jo Coenen, met het restaurant Beluga op de begane grond, reflecteren het kantoorgebouw aan de andere kant van de brug, eveneens van Coenen. Ook dit gebouw speelt met de geschiedenis: de verspringende vestingmuren komen terug in het ontwerp. De natuurstenen plint vormt aan de waterkant zelfs een schijngevel, als verlenging van de kademuur. Net als bij Centre Céramique zijn ook hier afwisselende, transparante wanden met robuuste omlijstingen zichtbaar. Centraal staat een ruime lichtkoker aan de oostgevel. De luxe die de soberheid van het gebouw uitstraalt, wordt weerspiegeld in het interieurontwerp, dat geënt is op de wensen van de bewoners en daarom volledig op comfort is ingericht – met grappige details als boekenwanden die als geheime deur dienstdoen.

De Hoge Brug

6. Wandel verder over de brug naar Plein 1992. Sla hier rechtsaf en loop om het witte Maasappartementengebouw van Jo Coenen. Bij het Middeleeuwse Maaspunttorentje sla je linksaf naar het Charles Eyckpark. De wandeling gaat door het park verder naar het Bonnefantenmuseum, maar wandel ook eens door de kleine doorgangetjes onder de Stoa, die naar de binnentuinen van de wijk Céramique leiden!

Het zicht op de oever heeft er hier, zoals op onderstaande foto te zien, ooit heel anders uitgezien!

Net als het historische stadspark op de andere oever, wordt ook het Charles Eyckpark begrensd door een stadsmuur: het langgerekte appartementencomplex van Luigi Snozzi, genaamd De Stoa, weerspiegelt met zijn kanteelachtige vormen het Romantische idee van een Middeleeuwse stadsmuur. Dat is een heel ander gezicht op de oostoever dan veel Maastrichtenaren zich nog kunnen herinneren – eentje van dominante fabrieksschoorstenen en de industriële gebouwen van de voormalige Société Céramique. Het contrast met de historische binnenstad aan de overkant van de Maas had niet groter gekund. Een vergroening van het gebied is dan een radicale modernisering.

Vernoemd naar de expressionistische, Limburgse schilder en beeldhouwer Charles Eyck, is het gelijknamige park langs de Maas een integraal onderdeel van de groenruimtes die in het Céramiqueproject zijn opgenomen. Een centrale gedachte is dat Céramique geen buitenwijk, maar als een uitbreiding van het centrum gezien moet worden. Een weerspiegeling op de oostoever van het historische stadspark op de westoever, De Boompjes, behoort daarom tot de uitdrukkelijke wensen om het stadskarakter en het luxe wonen van de nieuwe wijk te onderstrepen. Het park strekt zich uit van de markante raket van Aldo Rossi tot aan de industriële Bordenhal en het 14e-eeuwse Maastorentje. Aan de noordzijde ligt aan het terras van Café Zuid bovendien een vijver, die min of meer de loop van de Middeleeuwse stadsgracht volgt. De kijkrichtingen worden bepaald door een aantal heuveltjes met bosschages en een lange rij lindebomen, die hier al sinds lange tijd staan: ooit liep hierlangs de muur van het oude fabrieksterrein. 

Het park van de Zweedse landschapsarchitect Gunnar Martinsson verbindt de noordknoop bij Centre Céramique en de zuidknoop bij het Bonnefantenmuseum. De taartpuntvormige parkruimte handhaaft niet alleen de rij lindebomen langs de Maas, als aanloop naar het Bonnefantenmuseum, maar wordt verder begrensd door een weelderig begroeide, betonnen pergolamuur langs de gehele lengte van De Stoa. Het park is in drie zones verdeeld door oost-west lopende wandelpaden die aansluiten op de smalle poortdoorgangen onder het Stoagebouw en ook de Avenue Céramique oversteken. Elke doorgang onder de Stoa geeft aansluiting op de binnentuinen van Céramique, zodat de noordzuidlijnen in de wijk altijd door de stad lopen en de oostwestlijnen altijd door de natuur. 

Net als bij de twee kadelagen van de Maasboulevard, staat ook hier in het park een historisch hoogteverschil van de oever centraal. Dit is terug te zien in het glooiende grasveld, het artificiële, met bomen beplantte heuveltje en zelfs de blootgelegde restanten van de vestingmuur, afgewerkt met contrasterend rood metselwerk. Ook De Stoa speelt met een historische gedachte: buiten de herinnering aan de stadsomwalling, is De Stoa ook een ode aan het metselaarsambacht. In prachtige, Ticinese (Zuid-Zwitserse) soberheid, heeft architect Snozzi dit appartementencomplex bewust zó ontworpen, dat geen enkele baksteen gekliefd hoeft te worden - het breken van de steen doet in de ogen van de architect afbreuk aan de schoonheid van het materiaal en daarom zijn er in De Stoa enkel volmaakte bakstenen terug te vinden. Je kunt je wel voorstellen hoeveel nauwkeurigheid hierbij komt kijken. Het gebouw heeft desondanks een aantal interessante uitsparingen en doorkijkjes meegekregen die vanuit het park zicht bieden op de Toren van Siza en op de binnentuinen van Céramique. 

Het Charles Eyckpark en de Stoa

7. Onder de historische rij lindebomen langs de Maas, loop je door het steeds nauwer wordende Charles Eyckpark naar de zinken raket van het Bonnefantenmuseum. Loop om het muesum heen naar het plein aan de voorzijde. Hier heb je ook zicht op de Wiebengahal die al ruim honderd jaar oud is. Hieronder zie je het gebouw in zijn pas voltooide staat. 

Wat vandaag het voornaamste provinciale museum van Limburg is, begint als Société d’archéologie dans le Duché de Limbourg, het latere LGOG, in de sacristie van de Augustijnenkerk aan de Kesselskade in 1884. De naam Bonnefanten komt van het gelijknamige klooster, waar het museum van 1951 tot 1978 in gevestigd was. In de 18e eeuw stond dit klooster aan de Ezelmarkt bekend als het Couvent des Bons Enfants, omdat de jeugd er bij de kloosterzusters zo voorbeeldig werd opgeleid. Sinds het museum hier in Céramique in zijn nieuwe gebouw huisvest, spitst de collectie zich toe op Middeleeuwse beeldhouwkunst, Zuid-Nederlandse schilderkunst, de hedendaagse arte povera en het Amerikaanse minimalisme.

Het postmoderne Bonnefantenmuseum, van architect Aldo Rossi, is vandaag wereldberoemd door zijn raketvormige toren aan de Maas. Met zijn hoogte van 28 meter en zinken bekleding is het een direct herkenbare trekpleister van de stad geworden. Ook de kopergroene buizen achter de toren - het lanceerplatform van de raket? - zijn typerend: deze bijzondere kleur komt op veel plekken in Maastricht terug. Om dit te kunnen zien, moet je echter op een afstand staan - op de Sint Pietersberg, om precies te zijn. Daar zie je al gauw dat dit groen in een lange lijn door de stad terugkomt in de daken van het Van der Valkhotel, de Koepelkerk, het Oude Gouvernement en de Sint-Lambertuskerk, om maar een paar voorbeelden te noemen. Ondanks de postmodernistische verschijningsvorm van de toren, oogt de rest van het museum klassiek, met gevels afgewerkt in rode baksteen, trachite rosso en Ierse hardsteen. De centrale trap in de middenvleugel, die de as van het gebouw vormt, is geïnspireerd door de Montagne de Bueren in Luik en voert langs de vier verdiepingen. De toren aan de Maas wordt bovendien weerspiegeld in een telescoopvormige binnentoren, vlakbij de ingang. In beide torens worden grote werken uit de collectie tentoongesteld.

In 1987 begint de herontwikkeling van het stadsdeel Céramique, naar het masterplan van Jo Coenen. In die tijd is er nog niet dezelfde waardering voor industrieel erfgoed als vandaag, maar toch worden een aantal fabriekshallen gespaard. Door zijn moderne skeletconstructie in gewapend beton en de bijzondere schaaldakconstructie, geldt de Wiebengahal als een van de eerste en voornaamste voorbeelden van het Nieuwe Bouwen in Nederland. Gelukkig wordt het gebouw daardoor van de sloop gered, samen met de Bordenhal op Plein 1992, de Villa Jaunez langs de Maas en de blootgelegde overblijfselen van de vestingwerken. Ontworpen in 1912, was de hal oorspronkelijk onderdeel van een groter complex van fabriekshallen van de aardewerkfabrikant Société Céramique, concurrent van de op de andere oever gevestigde Koninklijke Sphinx, waar het uiteindelijk mee zal samengaan.

De Wiebengahal raakt, net als de rest van het fabrieksterrein, in verval als steeds meer productieonderdelen naar elders verplaatst worden. Met het Bonnefantenmuseum ernaast, krijgt dit gebouw ook een nieuwe, culturele bestemming: in eerste instantie als extra tentoonstellingsruimte van het Bonnefantenmuseum zelf, maar later als de locatie van het architectuurcentrum NAiM, dependance van het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam. Vandaag huist de Wiebengahal het Stichting Restauratie Atelier Limburg. Het NAiM, onder de nieuwe naam Bureau Europa, verhuist in 2013 naar de Timmerfabriek - een gebouw van, oh ironie, de Sphinx. 

Het Bonnefantenmuseum en de Wiebengahal

8. Loop voorbij de Wiebengahal en wandel nu over de Avenue Céramique naar de Noordknoop. Je kijkt tegen de markante Toren van Siza aan. Kijk langs de Avenue je ogen uit: hier komt een staalkaart van de grootste, Europese architectuur samen. Vergeet vooral ook niet een kijkje te nemen bij de verschillende binnentuinen en cours. 

De Avenue Céramique, de aorta van deze wijk, is een 600 meter lange architectonische staalkaart van de jaren ’90. Met zijn breedte van 42 meter, comfortabele trottoirs en groene middenberm met Chinese hemelbomen, wordt de avenue geflankeerd door architectonische hoogstandjes uit heel Europa waar woningen, winkels, kantoren en cultuur in zitten. De oost-westassen uit het Charles Eyckpark kruisen de avenue op verschillende plekken en sluiten ook op hun andere uiteindes aan op stadsparkjes en binnentuinen. Let ook op de openbare kunstwerken, zoals de Stars of Europe van Maura Biava en Ruby van den Munckhof voor het Bonnefantenmuseum; het keramische Vlinder en Bloem van Ine van Helfteren voor het Centre Céramique; en Ontkiemende Vormen van Desirée Tonnaer op de binnenhof van het Vodafonegebouw.

Jo Coenen is nog maar een jonge architect in Eindhoven als hij voor de enorme uitdaging wordt gesteld een masterplan te ontwerpen voor een heel nieuw stadsdeel. Maar liefst 23 hectare aan woon- en werkruimte met parkachtige pleinen zal er aan de oude stad toegevoegd worden! Zonder voorspraak van de toenmalige directeur van Stadsontwikkeling, Huub Smeets, en oud-wethouder John Wevers, hadden alle betrokken gemeentelijke diensten nooit aangesproken en gestuurd kunnen worden. Céramique wordt een binnenstadsgebied en sluit daarom zorgvuldig aan bij de bestaande stadswijken en zoekt een goede verbinding tussen oud en nieuw – in de wijk zelf zowel als met de historische binnenstad op de andere oever. De wijk, en vooral de Avenue Céramique, een straat met allure, brengen Maastricht weer bij elkaar. Het is daarom van het allegrootste belang dat Céramique niet slechts een woon- en werkwijk zou worden, maar ook het culturele aanbod - al dan niet door verplaatsing van functies in de stad - zou versterken. Het Bonnefantenmuseum had daarom op geen betere plek kunnen landen dan in Céramique. 

De statige en markante bouwblokken aan weerskanten van de Avenue Céramique zijn van toonaangevende Europese architecten. Het woongebouw Maison Céramique wordt in 2009 voltooid door de Belgische architect Charles Vandenhove. Het tegenoverliggende woongebouw Patio Sevilla is van het Spaanse architectenbureau Cruz y Ortiz, dat later tekende voor de tien jaar durende verbouwing van het Rijksmuseum in Amsterdam. Verder liggen er langs de Avenue Céramique nog het kantoorgebouw van Il Fiore, door Herman Hertzberger; het woongebouw La Forme door Hari Gullikers; het kantoorgebouw van Rijkswaterstaat door Hubert-Jan Henket; het seniorencomplex Résidence Sonneville door bOb van Reeth en het woongebouw Résidence Cortile door Bruno Albert.

Céramique is een bijzondere wijk en een ontzagwekkende prestatie, die nog steeds boekdelen spreekt. Dat het een architect, Jo Coenen, in de 90er jaren nog is gelukt om een wijk uit één visie te ontwerpen en tot stand te laten komen, zonder dat nog al te veel bemoeinissen uit politieke, beleidsmatige, bouwtechnische of maatschappelijke hoek komen; om Europa's meest toonaangevende architecten naar Maastricht te brengen en alle ontwerpen van deze ongetwijfeld eigenzinnige personages toch naadloos bij elkaar aan te laten sluiten; om binnen een niet al te grote tijdsspanne en in een naar verhouding kleine en voorzichtige stad als Maastricht toch zulke haast radicale bouwdurf te tonen... het moge geen wonder heten dat de stempel die Coenen op Maastricht heeft gedrukt onuitwisbaar is. 

De wijk Céramique

9. Geniet van de Europese architectuur terwijl je over de Avenue Céramique naar de Noordknoop wandelt. Blijf aan het begin van Plein 1992 staan: je hebt hier het beste overzicht over de Noordknoop, met de Toren van Siza, La Fortezza en het Centre Céramique.

De Noordknoop is het meest cruciale gebied van Céramique. Naast dat het een verkeerstechnisch knooppunt is, waar de noord-zuidas de oost-westas kruist, worden een historische en moderne wereld met elkaar verknoopt. Meest van al is de Noordknoop een Gordiaanse knoop: de complexiteit van de ontwerpopgave is de moeilijkste opdracht in de hele Céramiquegeschiedenis. De gemeente Maastricht en het ABP vagen Coenen een ontwerp te maken voor dit cruciale punt in de stad. Kruisende assen moeten van deze doodse hoek een levendige plek maken, de oude en nieuwe stadsgedeeltes verbinden en de knoop moet tot symbolisch punt worden aan het einde van de levensader door de nieuwe stadswijk Céramique. Kort gezegd: de hele nieuwbouwwijk valt of staat met de goede oplossing voor deze opgave. Een krachtige vormgeving in hoge en lage nieuwbouw benadrukt de bravoure waarmee de Noordknoop ontward moet worden: het ingetogen La Fortezza van Mario Botta, de met marmer bekleedde toren van Álvaro Siza en de stadsbibliotheek, het Centre Céramique van Jo Coenen zelf. Het is naar voorbeeld van zijn mentor Luigi Snozzi dat Coenen zulke waarde hecht aan stadssamenhang en dat in al zijn projecten wil kunnen waarborgen.

De meest markante schakel tussen het nieuwe Céramique en het historische Wyck is de hoge Toren van de Portugese architect Álvaro Siza. Met zijn hoogte van 54 meter zorgt de toren in eerste instantie voor aardig wat verbazing - Maastricht is het bouwen in de hoogte zo ongewoon, dat er een strikte gemeentelijke bouwhoogte in de hele stad geldt om ervoor te zorgen dat geen enkel gebouw boven de Sint-Jan op het Vrijthof uitkomt, noch het zicht op deze toren belemmert. Deze woontoren zit met zijn 17 verdiepingen nog goed. Het gebouw bestaat, als een scharnier, uit twee onderling gedraaide volumes: de ene helft met zink bekleed, de andere met wit marmer. Door het tussengebied met glasafwerking transparant te houden, wordt het slanke karakter van de toren benadrukt. De Toren van Siza is een oriëntatiepunt in de hele wijk Céramique. Niet zonder reden zijn er daarom in gebouwen zoals De Stoa en de complexen langs de Avenue doorkijken gemaakt waarmee de toren telkens wel ergens te zien is. 

Op deze plek laggen vroeger ook de vestingwerken van Wyck. Vandaag, tegenover de Toren van Siza, staat er La Fortezza van de Zwitserse architect Mario Botta - een woon- en werkgebouw dat een duidelijk bastion moet voorstellen, met zijn ronde, gewichtige vorm en zwaar metselwerk (naar goed gebruik mogen Rotterdamse bezoekers hier ook graag van De Koektrommel spreken). De krachtige vorm is bedoeld om een duidelijk onderscheid met de natuur te benadrukken. Architectuur staat boven natuur, volgens Botta, die zich met zijn Tessiner architectuur net als zijn vakbroeders vooral op strakke, geometrische vormen richt, meestal in beton uitgevoerd. Architectuur moet vastigheid bieden en vorm en materiaal kunnen dat uitdrukken. Een mening waar ook Jo Coenen zich goed in kan vinden en dat in heel Céramique, bij de verschillende architecten, is terug te vinden.

Zie je over het wegdek tussen de Toren en La Fortezza het opvallende lijnenspel? Dit zijn de contouren van het oude Parmabastion, onderdeel van de Wycker stadsomwalling. Benieuwd naar hoe het er vroeger heeft uitgezien? Neem bij Centre Céramique op de vierde verdieping een kijkje bij (de kopie van!) de Parijse stadsmaquette (1748). 

De Noordknoop van Céramique

10. Van de Noordknoop wandel je nu terug naar de Hoge Brug, aan het einde van Plein 1992. Je loopt zo voorbij de stadsbibliotheek en cultuurhub Centre Céramique, het grote openbare gebouw waar de hele wijk Céramique samenkomt in een ontwerp van Jo Coenen. 

Zoals het een moderne stad betaamt, legt ook Maastricht over de loop der eeuwen zijn eigen, rijke boekencollectie aan. Stadsaankopen worden op één plek verzameld waar mensen hun eigen kijkje kunnen komen nemen. In 1662 wordt de latere raadzaal van het nieuwe stadhuis op de Markt ingericht als eerste Stadsbibliotheek - die een eeuw later met zijn 3500 banden een aanzienlijke collectie heeft. Zodra het archief zich er ook bij voegt, is begin 19e eeuw een nieuwe locatie nodig: het Oude Minderbroedersklooster en daarna nog kort het Generaalshuis (het huidige Theater aan het Vrijthof) en de Dominicanenkerk. Maar een eigen bibliotheekgebouw is onderhand toch geen overbodige luxe. 

Hoewel aanvankelijk de universiteitsbibliotheek in Céramique moet landen, wordt toch besloten deze, net als de faculteiten in de binnenstad, onder te brengen in monumentale maar leegstaande panden. Het Centre Céramique wordt dan al ontworpen, maar komt opeens zonder functie te zitten. Maar het kortstondige gevoel van nood maakt gauw plaats voor enthousiasme, want als niet de universiteitsbibliotheek naar Céramique verhuist, dan de Stadsbibliotheek! En wat is een betere ontmoetingsplek die een stad bij elkaar kan brengen dan een bieb? Het bibliotheekgebouw van Jo Coenen domineert de hele noordknoop van Céramique. Bijzonder is dat het massieve blok met zijn zeven verdiepingen naar drie zijden is georiënteerd, waarvan twee aan het Plein 1992. Langs de vierde zijde loopt een gracht naar het Charles Eyckpark over de historische plek waar ook langs de Wycker stadsomwalling de gracht heeft gelopen.  Door het grotendeels glazen exterieur en de ranke kolommen die de zuidzijde en de gehele noordzijde tot verrassende hoogte dragen, krijgt het gebouw een transparant karakter. Naar aanleiding van het gereedkomen van het gebouw in 1999, kiest ook de gemeente Amsterdam voor een ontwerp van Jo Coenen voor haar Openbare Bibliotheek, die in 2007 wordt voltooid.

Met Centre Céramique leren we Jo Coenen ten voeten uit kennen. Zijn publieke gebouw is een echte verbindingsplek. Door de enorme parterre van twaalf meter hoog en de vides, de zwevende trap en het gebruik van overwegend wit materiaal, nodigt het open karakter van de bibliotheek veel verschillende bezoekers uit. Door de vides is geen enkele ruimte afgesloten maar juist aan andere verbonden. Ook is het gebouw de letterlijke verknoping van de noord-zuidlopende Avenue Céramique en de oost-westelijke scheidslijn tussen de oude en de nieuwe stad. De geschiedenis van Maastricht komt samen in het Centre Céramique, terwijl het driehoekige Plein 1992 ontspringt bij dit gebouw en als een waaier vrij baan maakt naar de binnenstad: een subtiel eerbetoon aan de verbindingsknoop die ook Maastricht zelf is op het Europese toneel.

Centre Céramique

11. Kijk om je heen op het driehoekige Plein 1992. Je ziet de appartementenrij van Aurelio Galfetti, de Maaskantoren en de Maasappartementen van Jo Coenen aan weerskanten van de Hoge Brug en de vernieuwde, historische Bordenhal. 

Om juist in Maastricht Plein 1992 te ontwerpen is een grote uitdaging. De stad kenmerkt zich door zijn historische pleinen. Hoe vul je de grote drie, het Vrijthof, de Markt en het Onze-Lieve-Vrouweplein, aan met een vierde, modern plein? De eerste concepten van Jo Coenen tonen een rechthoekige opzet. Deze wordt verlaten voor de huidige pleinvorm, die ontstaat in het samenspel tussen de aanwezige architecten. De asymmetrische vorm van het plein is bovendien een liefkozende verwijzing naar de hofjes en binnentuintjes die Coenens kantoor aan Sint-Servaasklooster omgeven. De grootsheid van het plein, maar ook de patronen in de bestrating, de saillante bronzen tegeltjes, de beplanting en de verlichtingselementen zijn geïnspireerd door beroemde pleinen als het grote San Marcoplein in Venetië en de kleinere Piazza della Repubblica in Orvieto.

Naast de Wiebengahal is ook de Bordenhal, aan de zuidzijde van het plein, een overblijfsel uit het industriële verleden van de wijk Céramique. Het oude fabrieksgebouw werd rond 1880 gebouwd. Hier werd tot ver in de 20e eeuw het serviesgoed van de Société Céramique beschilderd. Waar het exterieur zoveel mogelijk intact is gelaten, heeft Jo Coenen de hal van het gebouw grondig aangepakt. De Bordenhal moet in de opdracht voor Céramique namelijk bewaard blijven om de vierde pleinwand te vormen. De omvorming van de ranke hal tot het ‘black box’-theater dat door Toneelgroep Maastricht betrokken is, heeft aardig wat voeten in de aarde: de muren worden verhoogd, waarvoor de glazen kap tijdelijk verwijderd wordt, en de vloer wordt juist verlaagd. Een multifunctionele vloer, een inschuifbare tribune, kleedruimtes, kantoren, en het aangrenzende Café Zuid, zijn er het resultaat.

Aan de noordzijde van het driehoekige plein, liggen het langgerekte woongebouw La Résidence met winkels en horeca van de Zwitserse architect Aurelio Galfetti en het kantorencomplex Maaskantoren van Jo Coenen zelf. Dit kantoorgebouw flankeert de Hoge Brug samen met de stralend witte Maasappartementen, waar ook het restaurant Beluga in zetelt. Beide gebouwen dienen als brughoofden, die qua maat, volume en materialisering verwant zijn. Het kantoorpand sluit aan op de Villa Jaunez, de overgebleven, vroeg 20e-eeuwse directeursvilla van de Société Céramique. De ijle, witte gevel van de Maaskantoren zijn een echo van het Centre Céramique en spiegelen de Maasappartementen - ditzelfde wit zien we ook terug bij Mosae Forum en bij de Kantoorpanden langs de Maas. De aansluiting met het erachter liggende Crowne Plaza Hotel, van Arno Meijs, gebeurt door een natuurstenen gevel van gepolijst Muschelkalk. De aansluiting op de historische Villa Jaunez gebeurt daarnaast zo transparant mogelijk: het hoekvolume van het nieuwe pand is grotendeels uit glas, zoals ook in de Villa zelf nu een glazen inkijk wordt gegeven, na plaatsing van de nieuwe lift.

Plein 1992

Je hebt nu 3,5 kilometer dwars door Maastricht gewandeld: een rijke stadsgeschiedenis die doorspekt is met nieuw werk, herinrichting, restauraties en gedurfde visies van de meesterarchitect Jo Coenen. 

Colofon

Gids Jo Coenen | Interviews Joep Vossebeld | Teksten Remco Beckers | Fotografie Moniek Wegdam | Film Hussein Al Khayat