In gesprek met Ingeborg Meulendijks
over Kleed als eerste huis
26 juni 2026In Kleed als eerste huis presenteert Ingeborg Meulendijks een fragment uit haar onderzoek naar de kledingontwerpen van de monnik en architect Dom Hans van der Laan. Voor de Hoekkamer van Bureau Europa toont zij Kleed nr. 5, een eigentijdse herinterpretatie van een door Van der Laan ontworpen naaipatroon. Tijdens haar zoektocht naar de essentie van het kledingstuk - en de relatie tussen kleding en architectonische structuren - werkte Meulendijks drie maanden aan dit ene kleed. De ervaring van tijd vormt daarmee een wezenlijk onderdeel van het onderzoek. Programmamedewerker Eliane Geurts ging met haar in gesprek over haar werk en drijfveren.
Eliane Geurts
Wat trok je aan in de kledingontwerpen van Dom Hans van der Laan?
Ingeborg Meulendijks
Toen ik het klooster bezocht, zag ik de kleding tijdens de mis gedragen worden. In combinatie met de abstracte vormgeving van de architectuur en de zachtheid van de kleding vond ik dat fascinerend. Samen ontstaat er een soort evenwicht. Het is niet alleen een ervaring, maar er zit ook veel denkwerk en lichamelijkheid in. In het archief heb ik ontzettend veel ontdekt. Van der Laan had kledingstukken uit allerlei verschillende culturen getekend. Die afbeeldingen straalden een grote rust en verstilling uit, terwijl je tegelijkertijd weet dat het ruimtelijke objecten zijn. Het zijn kledingstukken die gedragen worden, die bewegen, zich aanpassen aan het lichaam en plooien vormen. De wisselwerking tussen vorm en beweging vond ik bijzonder intrigerend.
Eliane Geurts
Was er een specifiek moment waarop je besefte: dit is het, dit raakt me echt?
Ingeborg Meulendijks
Ik denk niet dat dat echt één moment is geweest. Het waren meerdere kleine stappen van verwondering en verbazing. Van der Laan schrijft dat een belangrijk onderdeel van het werk van een ontwerper, maker of kunstenaar is dat je een klimaat om je heen creëert. De objecten waarmee je je omringt, de ruimte waarin je werkt, de verbindingen die je aangaat: alles speelt een rol. Hij vergelijkt dat met een boom die in een bos staat. Die gedachte vond ik heel mooi. Zelf ben ik er ook sterk van overtuigd dat het niet alleen om het object gaat. In mijn werk probeer ik duidelijk te maken dat er altijd sprake is van een proces, van relaties, lagen en verwijzingen. Het is een zoektocht, maar ook het creëren van een hele wereld, een klimaat.
Eliane Geurts
Welke inzichten uit Van der Laan's denken over architectuur heb je meegenomen in je onderzoek naar kleding?
Ingeborg Meulendijks
Van der Laan schreef uitvoerig over de relatie tussen kleding en architectuur. Ik heb veel geleerd van zijn omgang met materiaal. Vanuit de soberheid en armoede streefde hij ernaar stoffen zo efficiënt mogelijk te gebruiken. Er werd zo weinig mogelijk weggeknipt of weggegooid. Zijn patronen zijn daarom vaak gebaseerd op de volledige breedte van de stof, waardoor nauwelijks restmateriaal overblijft. Bovendien zocht hij bewust naar materialen uit de eigen regio, in plaats van exclusieve of luxe stoffen. Dat kwam voort uit zijn kloosterlijke levenshouding, maar sluit tegelijkertijd verrassend goed aan bij hedendaagse ideeën over duurzaamheid en lokaal produceren. Juist die combinatie van architectonisch denken, respect voor materiaal en aandacht voor eenvoud heeft mij sterk geïnspireerd in mijn eigen onderzoek naar kleding.
Eliane Geurts
Je noemt “Kleed nr. 5” een interpretatie en geen historische reconstructie. Welke keuzes heb je gemaakt om het ontwerp naar je eigen praktijk te vertalen?
Ingeborg Meulendijks
Ik ontdekte dat ik Van der Laans werk pas echt kon begrijpen door het zelf te maken. Je kunt een ontwerp historisch onderzoeken door te lezen, analyseren en reconstrueren, maar dat blijft voor een groot deel een intellectuele oefening. Op het moment dat je iets daadwerkelijk maakt, ontdek je hoeveel tijd erin gaat zitten, hoe het gedragen wordt en hoe het zich tot een lichaam verhoudt. Je kunt het zelf aantrekken, bewegen en ervaren. Daarbij spelen zaken als gewicht, bewegelijkheid en materiaal een belangrijke rol.
Voor Kleed nr. 5 heb ik de patronen exact overgenomen uit Van der Laans eigen patrooninstructies. De grootste vrijheid heb ik gezocht in de materialiteit. Ik ben begonnen met ongeverfde Schotse schapenwol. Ik heb geleerd om de wol te spinnen, te twijnen en vervolgens te weven.Daarnaast zag ik een relatie tussen de structuur van het materiaal en de architectuur van het klooster. De ruwe, grijze wol deed mij denken aan de manier waarop beton, baksteen en cement daar samenkomen. Die overeenkomst was geen letterlijk uitgangspunt, maar groeide gaandeweg uit tot een belangrijke associatie binnen het werk.
Eliane Geurts
Wanneer voelde het kleed voor jou echt als een zelfstandig werk en niet meer alleen als een onderzoek?
Ingeborg Meulendijks
Door dit onderzoek ben ik anders gaan kijken naar het onderscheid tussen een kunstwerk en onderzoek. Ik weet niet precies waar die grens ligt, en dat ervaar ik juist als een bevrijding. Wat ik nu presenteer ervaar ik als een tussenfase en doorlopend proces, niet als een eindpunt. Juist die openheid vind ik interessant. De vraag ligt open: Is het een beeld of een gebruiksobject?
Eliane Geurts
Zou je kunnen zeggen dat er op bepaalde punten toch iets mysterieus is gebleven?
Ingeborg Meulendijks
Ik ben blij dat je dat aankaart. Vaak wordt een onderzoek opgebouwd vanuit een vraag of probleem, met als doel om tot een oplossing te komen. Dit onderzoek roept juist nieuwe vragen op. Ik weet ook niet altijd precies waar het mij naartoe leidt. Mysterieus vind ik eigenlijk wel een mooi woord.
Zelf spreek ik soms over een geheim, maar dat wordt vaak verkeerd begrepen. Mensen denken dan dat het iets is wat verborgen moet blijven of niet gedeeld mag worden. Dat bedoel ik niet. Het gaat eerder om iets dat zich niet volledig in woorden laat vangen. Niet omdat het een geheim is dat verborgen moet blijven, maar omdat er eenvoudigweg niet altijd woorden voor bestaan. Je kunt ernaar verwijzen, je kunt het delen, je kunt er samen over spreken, maar er blijft altijd iets over dat zich niet helemaal laat uitleggen. En misschien is dat juist de waarde ervan.
Eliane Geurts
Je hebt drie maanden aan dit kleed gewerkt. Wat heeft die lange maakperiode je geleerd over tijd?
Ingeborg Meulendijks
In veel van mijn werk kies ik bewust voor processen die tijd vragen. Dat is deels een reactie op een wereld waarin alles steeds sneller moet. Juist tijdrovend werk, monnikenwerk, kan je bevrijden van tijdsdruk. Wanneer je langdurig met een handeling bezig bent en je aandacht erbij moet houden, ontstaat er iets bijzonders. Het wordt geen routine, maar een intense ervaring van aanwezigheid. Je bent volledig in het moment en daardoor verdwijnt juist de druk van de klok naar de achtergrond. Ik ging niet drie maanden onafgebroken door; het gewone leven liep natuurlijk door. Maar telkens wanneer ik weer achter het spinnewiel of het weefgetouw ging zitten, voelde dat als een terugkerend moment van concentratie. Ik moest denken aan het ritme van een kloosterleven, waarin gebed, arbeid en dagelijkse bezigheden elkaar afwisselen.
Ik merkte zelfs dat mijn manier van denken veranderde. Daarom ben ik tijdens het werken notities gaan maken van gedachten die opkwamen. Het proces werd niet alleen een oefening in geduld, maar ook een vorm van meditatie. Door die voortdurende herhaling ontstond een bijzondere concentratie.
Eliane Geurts
Zit die nadruk op traagheid en aandacht je soms ook in de weg binnen een wereld die vaak snelheid verwacht?
Ingeborg Meulendijks
Ik zoek de vertraging echt bewust op. Natuurlijk twijfel ik daar soms aan. Plaats ik mezelf hiermee niet buiten de maatschappij? Maar uiteindelijk denk ik steeds weer; dit is wat ik wil onderzoeken, dit is hoe ik mijn leven en werk wil vormgeven. Je zou bijna kunnen zeggen dat het een luxe lijkt. Als je je niet in een bepaalde positie bevindt, is zo'n extreme focus in onze maatschappij soms nauwelijks haalbaar. Toch denk ik dat daar juist iets belangrijks ligt. Ik merk dat die houding mij helpt om beter waar te nemen. Ik kan situaties scherper zien, bewuster reageren en ook beter aanvoelen wanneer iets genoeg aandacht heeft gekregen. Daardoor kan ik selectiever zijn. Niet alles vraagt om dezelfde energie of dezelfde betrokkenheid. Juist doordat ik momenten van vertraging inbouw, ontstaat er meer helderheid.
Eliane Geurts
Wat hoop je dat bezoekers meenemen uit deze ontmoeting met “Kleed nr. 5”?
Ingeborg Meulendijks
Ik hoop dat ze het aanraken. Omdat ik het zelf ook heel veel heb aangeraakt. En ik hoop dat bezoekers de schoonheid zien van vertraging. Wat ik tijdens dit project steeds sterker ben gaan beseffen, is dat veel van wat ik maak eigenlijk een tussenfase is. Het zijn momenten binnen een groter proces. Dat inzicht vind ik belangrijk, omdat het je openhoudt voor wat er nog kan ontstaan.
Voor mij zit juist daar veel waarde. In het openstaan voor wat zich onderweg aandient. Ik hoopdat bezoekers dat ook meenemen: dat aandacht en vertraging niet alleen leiden tot een beter begrip van het werk, maar ook tot een grotere ontvankelijkheid voor wat zich in het dagelijks leven aandient.
Eliane Geurts
Je moet het jezelf gunnen?
Ingeborg Meulendijks
Bijzonder dat je dat zegt. Gunnen is misschien wel een goed woord. Ik gun mezelf de tijd om niet voortdurend afgeleid te worden, maar me echt te focussen op iets. En ook al doet de maatschappij het tegenovergestelde, ik gun mezelf die ruimte en afstand. Ik sluit mezelf niet af van de wereld, maar ik kies voor bewuste afzondering om me ergens dieper in te kunnen verliezen.
Kleed als eerste huis bezoek je nog tot en met 24 juli bij Bureau Europa.

