Love in a Mist

Verdere verdieping bij de expo

14 februari t/m 15 augustus 2021

Het verhaal van de vrouw kan met geen mogelijkheid geheel verteld worden. In Love in a Mist - de Architectuur van Vruchtbaarheid wordt de kennis van de vrouw, haar relatie met de natuur, haar queeste om de aan haar onttrokken controle over haar vruchtbaarheid terug te krijgen getoond aan de hand van de werken van kunstenaars, activisten, wetenschappers en designers. Op deze webpagina kunt u zich verder verdiepen in de materie, de bijzondere vrouwen en hun verhalen van Love in a Mist.

Bijzondere plantenkennis. Vrouwen en hun band met de natuur.

De naam van de tentoonstelling is ontleend aan de traditionele plantenkennis waarmee vrouwen elkaar helpen konden hun vruchtbaarheid te reguleren en controle te houden over hun lichaam. Van de oudheid tot de renaissance vormden vrouwen een bijna vanzelfsprekende verhouding tot de natuur. Hun intieme kennis van planten, geneeskrachtige kruiden in het bijzonder, werd overgegeven van generatie op generatie om elke toekomstige generatie vrouwen in staat te stellen hun eigen vruchtbaarheid te reguleren en op die manier onafhankelijk te kunnen zijn.

Tien planten die vruchtbaarheid reguleren (ontwerp: Sandra Kassenaar)

Rebecca Gomperts. Eén van 's werelds meest invloedrijke personen.

Arts en activist Rebecca Gomperts vaart met haar schip naar landen waar abortus illegaal is. In internationale wateren, buiten een radius van 20 kilometer van de kust, geldt aan boord van het schip de Nederlandse wet – en kan er dus medisch veilig, professioneel en legaal abortus geboden worden. Miljoenen vrouwen hebben er wereldwijd al gebruik van kunnen maken tijdens de succesvolle campagnes in bijvoorbeeld Ierland (2001), Polen (2003), Portugal (2004), Spanje (2008), Marokko (2012), Guatemala en Mexico (2017). Gomperts traint vrouwen ook online om hun eigen abortus uit te voeren met pillen volgens WHO-protocollen. Uit noodzaak door de COVID-19-pandemie in landen als het Verenigd Koninkrijk is abortushulpverlening met onlineconsult nu de standaard geworden: de medicijnen worden opgestuurd en de vrouwen nemen ze zelf in. Women on Waves doet het al zo sinds 1999.

‘Abortus staat symbool voor hoe ongelijk mannen en vrouwen in Nederland worden behandeld’

 De 54-jarige Nederlandse arts en activist is door Time uitgeroepen tot een van de honderd invloedrijkste mensen ter wereld.

Sara Berkeljon, 30 oktober 2020 - gepubliceerd in De Volkskrant

Zelf was ze ook verbaasd over die uitzending van De vooravond eind september, waar ze was uitgenodigd omdat ze door het Amerikaanse weekblad Time tot een van de honderd invloedrijkste mensen ter wereld was uitverkozen – iets wat maar vijf Nederlanders eerder was gelukt: koningin Máxima, Jesse Klaver, Frans de Waal en Ayaan Hirsi Ali.

De redactie van Time had de 54-jarige Nederlandse arts en abortusactivist Rebecca Gomperts geprezen als ‘een baken van hoop’ in onzekere en angstige tijden. Al ruim twintig jaar helpt Gomperts vrouwen die ongewenst zwanger zijn en die om wat voor reden dan ook geen toegang hebben tot goede abortuszorg. Ze ‘staat voor het principe dat veilige abortus een mensenrecht is’, schreef het Amerikaanse opinieblad. Beroemd werd ze met Women on Waves, beter bekend als de ‘abortusboot’, tegenwoordig is het werk bijna alleen maar digitaal. Gomperts’ organisatie Women on Web beantwoordt jaarlijks bijna 200 duizend mails van vrouwen met vragen over abortus, en leverde vorig jaar aan 13 duizend vrouwen na een digitaal consult per post de abortuspil.

Om het behalen van de lijst te vieren zat Gomperts bij De vooravond. Maar toen het gesprek even bezig was, veranderde de toon aan tafel. De ene presentator, Renze Klamer, zei het jammer te vinden dat het gesprek over abortus altijd ‘in het extreme’ werd gevoerd, met aan de ene kant abortus als ‘feest van de progressiviteit’, en aan de andere kant anti-abortusactivisten die plastic foetussen door brievenbussen duwen. De andere presentator, Fidan Ekiz, vulde aan dat er sprake was van ‘een feestelijke stemming eromheen’. Even later ging het over voorwaarden en grenzen, waarop filmregisseur Martin Koolhoven, ook aan tafel, Gomperts vroeg of ze een baby van negen maanden zou aborteren.

Het was pijnlijk, vond Gomperts. Al is het maar omdat haar organisaties zich niet bezighouden met late abortussen, maar met het verstrekken van de abortuspil aan vrouwen die maximaal 9 weken zwanger zijn. Pijnlijk ook, omdat het niet ging over de vrouwen die haar hulp nodig hebben. En pijnlijk omdat ze zichzelf kwalijk neemt dat ze verrast werd. ‘Ik was er niet op voorbereid, en dat is stom, want ik moet daar altijd op voorbereid zijn. Wat ik op dat soort momenten zie gebeuren, is dat mensen zélf met het onderwerp worstelen. Dat het confronterend voor ze is om tegenover mij te zitten, tegenover iemand die die worsteling niet voelt.’

De presentatoren worstelen zelf met abortus? 

‘Ik denk dat dat wel bleek, uit wat er gebeurde.’

Ik hoorde dat de makers van het programma achteraf excuses hebben aangeboden.

‘Klopt. En ook die jongen die erbij zat, Koolhoven. Die deed dat op Twitter. Wat ik zo vaak mis, wanneer mensen het hebben over abortus, is het perspectief van de vrouw. Die uitzending was kwetsend voor vrouwen die een abortus hebben gehad. Ik miste de compassie. Hoe kan het dat het inlevingsvermogen volledig ontbreekt? Dat er alleen maar wordt geoordeeld? Dat is precies waar al die vrouwen die het hebben meegemaakt mee worstelen – zij hebben vanuit hun situatie iets besloten, maar op het moment dat ze ermee naar buiten treden, er open over zijn, is daar altijd het oordeel. Of misschien moet ik zeggen: het vooroordeel. Het vooroordeel dat een vrouw iets heeft gedaan wat niet mag, niet hoort, en waaraan vaak meteen een idee wordt gekoppeld van wat voor soort vrouw dat is. Mensen kunnen daar niet los van komen, het is diepgeworteld.’

Het kleine kantoor van Women on Waves in Amsterdam-Oost is sinds kort ook ingericht als behandelruimte. Als de Inspectie Gezondheidszorg de benodigde vergunning verleent, is het kantoor officieel een abortuskliniek en zullen hier vrouwen – bijvoorbeeld ongedocumenteerde vrouwen, die de abortuskliniek niet kunnen betalen – met de abortuspil geholpen kunnen worden. ‘Hier hoeven ze alleen de kosten van de pil te vergoeden, 90 euro, en als ze dat niet kunnen betalen, betalen ze niets.’

Gomperts zet thee, rokerige Earl Grey, ‘alsof je bij een haardvuurtje zit’, en stuurt de stagiair, die in hetzelfde kantoor achter een gordijn zit te werken, naar de supermarkt om bokkenpootjes te kopen. ‘Gelukkig hebben we hier een grote tafel, dan kunnen we afstand houden. Het is raar, hè? Ik vind het heel ingrijpend.’

Heeft de pandemie grote gevolgen gehad voor de abortushulpverlening?

‘Wij zagen een toename aan hulpverzoeken, zeker uit landen waar de maatregelen streng zijn geweest, zoals Italië, en Hongarije. We kregen te maken met logistieke problemen. Het vliegveld in India ging een tijdje dicht, en onze medicijnen komen uit India, dus die konden we in sommige gevallen niet meer leveren. Dat geeft stress. Door de pandemie zijn de obstakels voor vrouwen groter geworden. Ook in Nederland. Sommige vrouwen die niet willen dat hun partner weet dat ze een abortus laten doen, bijvoorbeeld omdat ze in een gewelddadige relatie zitten, konden tijdens de lockdown niet ongezien naar een kliniek. In de VS kwamen er veel hulpverzoeken van vrouwen die hun baan kwijt waren en simpelweg geen geld hadden voor abortus. Maar in sommige landen, zoals het Verenigd Koninkrijk, is door corona digitale abortushulpverlening de standaard geworden. Dat betekent: onlineconsult, medicijnen worden opgestuurd, vrouwen nemen het zelf in. Precies wat wij met Women on Web al jaren doen.’

Beantwoordt u zelf nog mails van vrouwen?

‘Soms, de moeilijke gevallen. Gisteren was er een verzoek van een meisje van 13, van wie niet duidelijk was hoe de situatie was. Ze had al een aantal eerdere hulpverzoeken gedaan, ze had ook verschillende namen gebruikt. In zo’n situatie denk je natuurlijk aan misbruik, en wil je dus goed weten wat er is gebeurd, zodat je de juiste hulp kan bieden. Dan wil je meer doen dan alleen medicijnen opsturen. Ik ga proberen een telefoongesprek met haar te voeren.’

U richtte Women on Waves ruim 20 jaar geleden op. Hoe gaat het met abortus wereldwijd?

‘Wij zijn deel geweest van veel vooruitgang. We hebben campagnes met de boot gedaan in Portugal en Ierland, daar is een debat op gang gekomen en abortus gelegaliseerd. Amnesty International en Human Rights Watch noemen abortus een mensenrecht, en twintig jaar geleden nog niet. Ook de WHO heeft nu richtlijnen over toegang tot abortushulpverlening. Helaas voldoet Nederland daar absoluut niet aan. Nederland liep twintig jaar geleden nog aardig voorop, maar dat is al lang niet meer zo.’

Wat is het grootste probleem in Nederland?

‘Abortus staat nog steeds in het Wetboek van Strafrecht, waardoor het taboe is geïnstitutionaliseerd. Abortus mag alleen maar uitgevoerd worden in ziekenhuizen en klinieken met een speciale vergunning, terwijl de abortuspil, vind ik, eigenlijk door elke arts moet kunnen worden voorgeschreven en in alle apotheken verkrijgbaar moet zijn. Bovendien ben je in Nederland verplicht tot vijf dagen bedenktijd, iets wat voor geen enkele andere medische behandeling vereist is. Met die vijf dagen kun je echt obstakels creëren, vrouwen kunnen door die bedenktijd te laat zijn voor een behandeling met de abortuspil. Bovendien is het voor de meeste vrouwen emotioneel belastend. Er spreekt zo’n wantrouwen uit in het vermogen van vrouwen om hier een besluit over te nemen. Als een vrouw haar zwangerschap wil voortzetten, stellen we daar toch ook geen vragen over? Terwijl het veel belangrijker is dat díé keuze goed wordt afgewogen, als je kijkt naar de impact van het krijgen van kinderen op het lichaam van de vrouw, het leven van de ouders en uiteraard het kind zelf.’

In Nederland staan tegenwoordig ook anti-abortusactivisten met borden voor de klinieken. Is dat iets van de laatste jaren?

‘Vroeger gebeurde het soms, nu stelselmatig. Dat is overgewaaid uit Amerika, net als die plastic foetusjes die ze als actiemateriaal gebruiken. Vroeger hadden de anti-abortusgroepen namen als Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind, waardoor je meteen wist met wie je te maken had. Tegenwoordig hebben ze neutralere namen, Siriz bijvoorbeeld. Als je op hun website kijkt, lijkt het net of ze neutrale hulpverlening bieden, maar hun doel is nog steeds het tegengaan van abortus. Ook die neutralere naamgeving is een tactiek die uit de VS afkomstig is.’

Veel mensen oordelen anders over een abortus als die met 9 weken wordt uitgevoerd dan over een abortus bij 20 weken. Hoe ziet u dat?

‘Ik begrijp best dat mensen meer moeite hebben met abortus in het tweede trimester. Dat geldt natuurlijk ook voor de vrouwen zelf. Met 18 weken, soms al eerder, ga je leven voelen in de buik. Zeker als je zelf kinderen hebt en weet hoe het is om zwanger te zijn, kan ik me voorstellen dat je die ervaring hieraan relateert. Maar voor de vrouw die beslist om relatief laat een abortus te doen, is die beleving anders. Die voelt de zwangerschap als een invasie. Die denkt: shit, mijn buik wordt groter, ik wil dit niet, dit moet weg! Misschien heeft ze geen toegang tot abortus, misschien is ze heel jong en durft ze het aan niemand te vertellen, misschien is een gewenste zwangerschap ongewenst geworden omdat haar partner haar heeft verlaten en ze geen geld heeft om een kind op te voeden, het kan gaan om foetale afwijkingen die pas bij de 20 weken-echo worden vastgesteld – het kan van alles zijn. Geen enkele vrouw kiest er voor haar plezier voor om een abortus uit te stellen. Het draait, vind ik, om het respecteren van de beslissing van iemand anders, om vertrouwen in de vrouw en haar arts. De wettelijke grens ligt in Nederland op 24 weken, omdat daarna een baby zelfstandig buiten de baarmoeder kan overleven. Dat is voor mij een goede grens.’

Saskia Noort schreef in haar column in het AD: ‘Het abortusrecht is een moreel recht van iedereen met een baarmoeder, en iedereen met een pik dient zich hier niet mee te bemoeien.’

‘Ze heeft gelijk. Anti-abortusgroepen gebruiken vrouwen vaak als boegbeeld, terwijl achter de schermen de mannen aan de touwtjes trekken. Dit jaar kreeg onze organisatie een officiële waarschuwing van de FDA, het Amerikaanse overheidsagentschap dat toezicht houdt op de gezondheidszorg. Die waarschuwing werd door twintig Amerikaanse senatoren toegejuicht in een brief, en dat waren bijna allemaal mannen. Toeval? Ik weet het niet. Ik denk dat het voor een man makkelijker is om over abortus te oordelen dan voor een vrouw. En misschien is het voor mannen bedreigend – een vrouw die hun kinderen misschien niet wil, het feit dat hij om zich voort te planten een vrouw nodig heeft.’

Als onze abortuspraktijk zo achterloopt, waarom is dat dan niet veel meer een onderwerp van debat?

‘Omdat veel mensen het niet weten. Omdat de meeste vrouwen zich er pas in verdiepen op het moment dat ze een abortus nodig hebben. Ik moet constateren dat de vrouwenbeweging in Nederland zich er de laatste tien jaar niet druk over heeft gemaakt, al zie ik dat nu langzaam veranderen. Het onderwerp staat symbool voor hoe ongelijk mannen en vrouwen in Nederland worden behandeld. Er is geen enkele medische behandeling waarvoor een man wordt gedwongen vijf dagen na te denken, of waarvoor hij – ook als dat medisch in geen enkel opzicht noodzakelijk is – wordt gedwongen naar een speciale kliniek te reizen.’

Rebecca Gomperts begon aan haar studie geneeskunde vanuit ‘een fantasie’ dat ze mensen zou gaan helpen, ‘in Afrika en elders op de wereld’. Het kwam ook door Che Guevara, van wie ze de dagboeken had gelezen – hij was arts én revolutionair. ‘Het was nooit mijn ambitie om in een ziekenhuis te werken. Ik wilde verandering teweegbrengen.’

Nog tijdens die opleiding meldde ze zich aan voor de Rietveld Academie, waar ze in de avonduren afstudeerde. ‘Ik vond de artsenwereld hiërarchisch, protocollair, en ik had behoefte aan een andere, vrijere wereld. Die hoopte ik op de Rietveld te vinden, maar ook op de kunstacademie blijken heel burgerlijke mensen te zitten.’

Ik begreep dat u aan de Rietveld afstudeerde op een project met ‘menselijke sappen’.

‘Jeetje. Ja. Een van mijn installaties.’ Het valt stil, zoekende blik. ‘Ik kan het hier niet over hebben.’

Schaamt u zich ervoor?

‘Ik denk niet dat ik een goede kunstenaar was. Dus dan weet ik ook niet waarom ik het zou vertellen. Ik onderzocht in die tijd van alles, zo moet je het zien. Mijn afstudeerproject bestond uit installaties. Eentje met twee bakstenen muurtjes, en haar, en tv-schermen, waarop je zag hoe ik mijn hoofd in een bak water dompelde. Dat soort dingen. Het paste erg bij die tijd. Die menselijke sappen was niet mijn afstudeerproject, maar eerder. Ik ga het er niet over hebben.’

Ging het tijdens de opleiding geneeskunde eigenlijk over abortus?

‘Het werd in vier jaar niet één keer genoemd. De eerste keer dat ik ermee in aanraking kwam, was tijdens mijn laatste coschappen in Afrika. Ik werkte in een ziekenhuis in Guinee. Abortus was illegaal, en er kwamen geregeld bloedende vrouwen binnen die het zelf hadden gedaan, met stokken. Het schokte me om die vrouwen te zien. Ik heb daar mijn eerste abortus gedaan, op een manier die niet meer gebeurt, een scherpe curettage. Met een scherpe lepel schraap je dan de baarmoeder uit. Dat mag nergens meer, maar er was daar geen andere methode. Terug in Amsterdam liep ik toevallig een keer langs de Oosterparkkliniek, een abortuskliniek waar ik om de hoek woon. Ik zag dat ze een arts zochten en ben er binnengelopen. Zo kwam ik daar te werken, op mijn 28ste. Het was geen doordacht plan. Pas toen ik in 1997 met Greenpeace ging varen – ik ging mee als scheepsarts en mijn toenmalige vriend was kapitein – zag ik op hoeveel plekken op de wereld abortus nog taboe was. Toen is het idee van de abortusboot ontstaan. Een boot waarmee we naar landen zouden varen waar abortus verboden is, daar vrouwen aan boord zouden laten, naar internationale wateren zouden varen om daar onder Nederlandse vlag abortussen uit te voeren. Het internationale aspect heeft mij altijd zeer geboeid, het onrecht dat de ene vrouw het zelf mag beslissen en de andere vrouw niet. Hoe meer ik erover wist, hoe meer het onderwerp onder mijn huid ging zitten.’

Het schip was voorzien van een verplaatsbare container die helemaal was ingericht als abortuskliniek, een project van kunstenaar Joep van Lieshout. Was het uw idee om hem te vragen?

‘Ja. Zo konden we kunstsubsidie krijgen. Eerst was het plan om een schip te kopen, maar dat bleek financieel onhaalbaar. Daarna bedachten we dat we voor elke missie een schip zouden huren, waar we dan onze eigen behandelkamercontainer op zouden zetten. De behandelkamer is overigens nooit gebruikt om abortussen in uit te voeren, we hebben op de boot alleen maar abortuspillen verstrekt.’

De boot is uiteindelijk ook, en misschien zelfs vooral, een publicitair middel geweest. Wanneer zag u in hoe mediageniek het idee was?

‘Frénk van der Linden was een vriend van vrienden, en hij had mij op een etentje ontmoet. Ik vertelde hem over de plannen met de boot en hij wilde me daarover interviewen. Na dat interview belde hij minister Eveline Herfkens van Ontwikkelingssamenwerking voor een reactie, en zij zei dat ze het een hartstikke goed idee vond. Vervolgens werden er Kamervragen gesteld over het feit dat Herfkens dat had gezegd. Er was daarna een magazine in New York dat er iets over schreef, en dat werd opgepikt door The Daily Telegraph. Vervolgens werd ik gebeld door een journalist in Malta, die vroeg of de boot ook naar Malta zou varen. Ja, natuurlijk, zei ik. Vervolgens werd ik door de aartsbisschop van Malta tot persona non grata verklaard, en dat kwam weer op de voorpagina van The International Herald Tribune. Het ging snel. Dat zijn de momenten geweest waarop ook geldschieters zich het potentieel van dit idee realiseerden. De zee is een mannendomein. Het was heel mediageniek dat zich daar ineens vrouwen in begaven, en dan ook nog om de wetten van een land te omzeilen.’

De boot werd af en toe opgewacht door schreeuwende menigten. Heeft het zin om met woedende tegenstanders in gesprek te gaan?

‘Niet communiceren is destructief. Zolang je elkaar als mens kunt blijven zien, kun je blijven praten. Maar helaas leidt het bij abortus zelden tot veranderende standpunten. De uitgangspunten van voor- en tegenstanders staan lijnrecht tegenover elkaar. Ik kan best begrijpen dat iemand die ervan is overtuigd dat het beschermwaardig leven begint op het moment van conceptie, dat standpunt gepassioneerd verdedigt. Maar mijn uitgangspunt is dat de zelfbeschikking belangrijker is, dat de beslissing alleen kan en mag worden genomen door de zwangere zelf, omdat zij de consequenties ervan draagt. Als je echt vindt dat het beschermwaardig leven vanaf de conceptie begint, dan mag je geen uitzonderingen maken, ook niet in geval van verkrachting, of als het leven van de vrouw gevaar loopt. Want aan de morele status van het ongeboren leven verandert zo’n situatie niets. Soms kan een gesprek helpen om iemand bewust te maken van de consequenties van zijn of haar opvatting. Maar dit onderwerp is niet iets voor een gesprekje van tien minuten. En het lukt ook niet met mensen die woedend naar je staan te schreeuwen. Tegen hen zeg ik: ‘Ik heb respect voor jullie positie, maar ik verwacht van jullie hetzelfde.’’

Is het weleens intimiderend geweest?

‘Met name in Polen. Daar stond de kade vol met agressieve jonge mannen, die met eieren en verf naar me gooiden. De grensbewaking heeft een cordon gevormd om ons te beschermen. Dat was spannend en intimiderend. De dreiging was reëel.’

Ik begreep dat uw vader zeer betrokken was bij de campagnes van Women on Waves.

‘Mijn ouders waren erbij in Ierland, Portugal en Polen. Toen ik kleine kinderen had, die ook meegingen op het schip, pasten mijn ouders op, vooral mijn vader. Ook reed hij als chauffeur de vrouwen in Polen die geholpen wilden worden van het treinstation naar onze boot. En dat terwijl mijn ouders het aanvankelijk best lastig vonden, dat ik abortusarts werd.’

Wat waren hun ideeën over abortus?

‘Ze hebben het nooit uitgesproken, maar ik geloof dat mijn ouders erg aan mijn beroepskeuze moesten wennen. Ze stonden niet te juichen. Mijn moeder stond achter de keuzevrijheid van vrouwen, maar ook weer niet helemaal van harte. Mijn vader had het er moeilijker mee, vanuit zijn religieuze achtergrond. Hij is joods, niet belijdend, maar wel gelovig. Mijn vader is geboren in Suriname, hij stamt af van joodse vluchtelingen die in de 17de eeuw uit Duitsland en Portugal naar Zuid-Amerika zijn gevlucht. Ik ben in Paramaribo geboren. Op mijn derde verhuisden we naar Vlissingen, waar mijn vader ging werken in een aluminiumfabriek. Mijn moeder is onderwijzeres geweest, maar werd later huisvrouw. Een doorsneegezin. Ze gingen uit elkaar toen ik 13 was en zijn een jaar of tien later hertrouwd. Maar nee, mijn keuze vonden ze niet makkelijk. Ik denk ook dat ze zich zorgen maakten om mijn veiligheid.’

Maar uiteindelijk ging uw vader dus helemaal om.

‘Ik denk dat hij er echt voor mij was, er voor mij wilde zijn. Hij heeft nooit gezegd dat hij het er niet mee eens was. Maar zoiets voel je wel, als kind.’

Gynaecoloog Gunilla Kleiverda, bestuursvoorzitter van Women on Waves, zei: ‘Rebecca groeit bij tegenslag.’

‘Dat is zo. Als iemand mij zegt dat iets niet kan, leg ik me daar niet bij neer. Ik zoek ik net zolang tot ik een doorgang vind. Bovendien kan het ook in je voordeel werken als je vijandig wordt benaderd. Onze effectiefste campagne was die in Portugal in 2004, toen we werden tegengehouden door oorlogsschepen. Dat heeft veel teweeggebracht aan debat, zowel in Portugal als het Europees Parlement. Abortus is in Portugal nu legaal.’

Tijdens die campagne was u zelf zwanger van uw eerste kind.

‘Ja, maar nog maar heel kort.’ Geen pauze: ‘Nog een voorbeeld van groeien bij tegenslag: toen we in Portugal niet mochten binnenvaren, heb ik een hotline bedacht waar vrouwen naartoe konden bellen en waar we ze zouden informeren hoe ze zelf een abortus konden doen met behulp van misoprostol, een pil die je toen in elke Portugese apotheek zonder recept kon krijgen. Dat is het begin geweest van een heleboel campagnes met hotlines, in allerlei landen, waarvoor we vrouwen ter plekke hebben getraind in het geven van voorlichting over die medicijnen.’

U werd tijdens die campagne in Portugal uitgenodigd voor een live talkshow, waar u die misoprostol-pillen op televisie liet zien.

‘De tv-zender vond het fantastisch. Het publiek in de zaal begon te klappen. Onze campagne gaf voorstanders van abortus de gelegenheid daar eindelijk voor uit te komen, want dat is moeilijk in een land waar abortus zo onderdrukt wordt.’

In dezelfde uitzending viel u uit tegen een conservatieve politicus die zei dat wat u doet illegaal zou zijn. ‘Jij hebt nooit gebaard, jij weet niet hoe dat voelt. Dus moet je het ook niet over abortus hebben.’ U vertelde op dat moment zwanger te zijn. En u vertelde dat u lang geleden een abortus heeft gehad. Waarom besloot u dat toen op tv te vertellen?

‘Ik weet niet meer waarom ik dat zo deed, het gebeurde gewoon. Op dat moment vond ik dat blijkbaar zinnig. Het is te lang geleden om daar nu op terug te blikken.’

Hoe waren uw eigen ervaringen met de Nederlandse abortuszorg? Ervoer u de vijf dagen bedenktijd ook als zeer belastend?

‘Ook dat is ontzettend lang geleden. Ik weet wel dat ik die bedenktijd vervelend vond. Ik was een studentje, ik was 26. Het heeft in mijn werk geen wezenlijke rol gespeeld, dat vind ik belangrijk om te benadrukken. Toen ik als abortusarts in een kliniek werkte, was ik me niet aan het verhouden tot mijn eigen ervaring. Maar het was vervelend, alles bij elkaar. Als er toen maar een pil was geweest! Dat had zoveel gescheeld. Ik vond de mensen in de kliniek niet aardig, ze waren denigrerend, benaderden me alsof ik iets stoms had gedaan. Alleen al de vraag: ‘Waarom wil je een abortus?’ Ik vond het onbeschoft. Niemand heeft daar iets mee te maken.’

Moet je daar dan antwoord op geven?

‘Ja. Ik voelde me erg veroordeeld. Bovendien was de ingreep zelf verschrikkelijk, het was ontzettend pijnlijk. Alles eraan was naar. Als ik een consult doe, vraag ik alleen maar: ‘Weet je het zeker?’ Volgens de wet moet je dan ook nog vragen of de vrouw alternatieven heeft overwogen.’

Adoptie, bijvoorbeeld? En dat vraagt u ook?

‘Als de vrouw zegt het zeker te weten, dan vraag ik dat niet.’

Uw zoon van 14 bestuurde twee jaar geleden vanuit Amsterdam een ‘abortusrobot’ die abortuspillen in Noord-Ierland bij vrouwen bezorgde.

‘Ja, dat was een leuke actie. In Noord-Ierland mag je geen abortuspillen aan vrouwen geven. Maar waar ligt de juridische verantwoordelijkheid van een robot die je vanuit Nederland bestuurt? We hadden twee robots. De ene werd geconfisqueerd, er waren veertig agenten in vol ornaat. Maar er was er dus nóg een, die de pillen heeft bezorgd. De autoriteiten waren uiteraard not amused.’

U heeft uw kinderen, een zoon en een dochter van 14 en 15, grotendeels alleen grootgebracht. Wat was de rol van hun vader?

‘We zijn uit elkaar gegaan toen de kinderen heel klein waren. Een tijdje was hij niet echt aanwezig, daarna in de weekenden. Nu gaat het beter, het is leuk nu, een soort extended family. Hij heeft een nieuwe vriendin, hij heeft nog een kind gekregen. Het is een man die van vrouwen houdt. En dat is een tijdje helemaal niet leuk geweest, maar nu is het goed. Op een gegeven moment nam ik de beslissing dat ik het in m’n eentje zou doen. Ik ging er niet van uit dat de vader nog verantwoordelijkheid zou nemen, en dat maakte het een stuk makkelijker, want dan hoef je de strijd niet meer aan te gaan. Ik heb nooit ergens over hoeven onderhandelen, nooit boos hoeven worden omdat hij iets niet deed. De relatie van mijn kinderen met hun vader is goed, dat is het belangrijkst.’

Blijft er nog tijd over voor andere dingen?

‘Niet echt. Mijn kinderen zijn het belangrijkste in mijn leven, daarna komt het werk, daarna pas de rest. Een nieuwe partner heeft geen prioriteit. Ik denk ook dat ik er op dit moment niet de emotionele ruimte voor heb. Twee kinderen van 14 en 15, dat is intens, ze hebben veel aandacht nodig. Ik zou het moeilijk vinden om iemand in hun leven te laten. Dat levert allerlei complexiteiten op waar ik geen zin in heb. Ik denk dat het werk ook ten koste is gegaan van andere dingen. Vriendschappen, bijvoorbeeld. Van tijd die je hebt voor andere mensen, om leuke dingen te doen, om te genieten. Het was voor mij belangrijk om tien jaar geleden een jaar weg te gaan met de kinderen. Ik ben toen aan Princeton een master in Public Policy gaan volgen. Niemand houdt het vol om aan één stuk door zo intensief te werken.’

Liep u tegen een muur op?

‘Ik was er helemaal klaar mee. Opgebrand, niet meer geïnspireerd, het voedde me niet meer. Ik kon niet blijven doorgaan. Eigenlijk zou ik er nu weer even tussenuit moeten. Princeton is nu tien jaar geleden, en ik voel het weer helemaal gebeuren. Er is te weinig interactie met de rest van de wereld, het werk eist te veel. Ik ben erover aan het nadenken hoe ik mijn horizon verder kan verbreden.’

Zou u ook een jaar helemaal niets kunnen gaan doen?

‘Haha! Nee, ik denk niet dat ik dat kan.’

IPBES: Achteruitgang natuur gaat sneller dan ooit.

Op 6 mei 2019 publiceerden de Verenigde Naties een spraakmakend rapport van het Intergouvernementeel Platform voor Biodiversiteit en Ecosysteemdiensten (IPBES). De natuur gaat wereldwijd op een ongekende schaal achteruit. Het tempo waarmee soorten uitsterven stijgt en heeft een drastisch effect op mensen over de hele wereld. Het rapport geeft een aantal adviezen. Het benadrukt een verbetering en versterking van de zorgpraktijken tussen mensen en hun natuurlijke leefwereld. Het erkent de positieve bijdragen die vrouwen en met name inheemse gemeenschappen leveren aan gezonde verstandhoudingen tussen mens en natuur om duurzaamheid te waarborgen.

Via Belgica. Het Romeinse verleden van Limburg tot leven gewekt.

In Love in a Mist - de Architectuur van Vruchtbaarheid wordt het verhaal verteld van de raadselachtige Dame van Simpelveld. Haar rijkversierde sarcofaag is een uitzonderlijke archeologische vondst uit de Romeinse tijd, waarin veel aanwijzingen te vinden zijn die ons iets over haar leven vertellen. De sarcofaag is zelfs zo evocatief, dat er een mobile game over is gemaakt! Maar de Simpelveldse dame was niet de enige die een belangrijke positie innam in Romeins Limburg. Ook de Dame van Voerendaal is bekend - en zij is in 2020 op spectaculaire wijze opnieuw tot leven gebracht met een sculptuur van Tei van Neerven en Moniek Bongers.

Bocholtz Romanum. Een mobile game over de Sarcofaag van Simpelveld.

De Dame van Voerendaal. Opnieuw tot leven gebracht.

Elisabeth Strouven. Een korte levensbeschrijving.

Elisabeth Strouven (1600-1661), schoenmakersdochter, is een van de slechts vier Nederlandse vrouwen die in de 17e eeuw een autobiografie hebben achtergelaten. Ze groeide op in het Spaanse Maastricht, kreeg een goede opleiding, leerde Frans in Luik en bekwaamde zich in het kantklosambacht. Toen ze zelfstandig ging wonen, trokken andere vrouwen al gauw bij haar in. De vrouwen verdienden hun eigen geld en begonnen een kostschool in een huis op de Kommel. Daar verpleegden ze ook zieke vrouwen en pestslachtoffers. Ze noemden hun gemeenschap Calvariënberg (Maastrichts: Klevarie). De vrome Strouven sloot zich niet aan bij bestaande kloosterordes, omdat die niet toestonden dat ze aan liefdadigheid deed. Calvariënberg werd dan ook niet als kloostergemeenschap erkend tot vlak voor haar dood in 1661. Haar geloftes heeft Strouven nooit kunnen afleggen. 

Het Leven van de Eerw. Moeder Elisabeth Strouven

Fondaterse ende Eerste Moeder van de Religieusen van Calvarien Berg binne Maestricht beschreven door haer selven door bevel hars Bichtvaders.

Eerste Capittel

Van haer geboorte, en kinderlijcke Jaeren.

Tweede Capittel

Sij wort in een andere Schoole gestelt en kreijght Camaraden die van haren Geest waren.

Derde Capitel

Van de oeffeninge door hare Stief Moeder.

Het vierde Capittel

Sij gaet voor Kinder Maght woonen In den Gulden Baert.

Het 5 Capittel

Hare Droefheijt over de Doodt van het kint dat sij in bewaer had, en wort seer beweght om alleen te gaen woonen.

Het 6 Capittel

Sij gaet in den Heijligen Geest woonen met eene oude weduwe.

Het 7 Capittel

Sij gaet in een ander Huijsken alleen woonen.

8 Capittel

Sij gaet in een grooter huijs woonen en resolveert haer om kinderen bij haer te late woonen.

9 Capittel

Hoe het getal der Kinderen vermeerdert, en hoe sij inwendig vermaent wort die te verlate.

10 Capittel

Oeffent haer in de patientie, en int overwinnen haers selfs en van den Slaep.

11 Capittel

Van de groote peijn die sij heeft in het verandere van Bichtvader.

Het 12 Capittel

Hoe sij in kennisse gecomen is, met Eene Geestelijcke Dochter die Clarisse geweest was.

Het 13 Capittel

De inwendige vermaninge Continueert, van de kindere te laeten gaen, en wort tot twee reijse toe daervan verlost door de Salighe Sieckten.

Het 14 Capittel

Hoe den E. pater Farzijn in dese Stadt gekomen is en van de Sieckte, end Doodt van de Geestelijcke dochter, die Claris geweest was.

Het 15 Capittel

Sij laet haer in den 3den Regel leiden, en van verscheijde oeffeninge, die sij met haer Suster, en andere heeft gehad.

Het 16 Capittel

Sij wort sterckelijck beweght om den Eerw. Pater Farzijn voor Bichtvader te nemen.

Het 17 Capittel

Hoe sij voor de eestte Reijs bij den E. p. Farzijn te bichten gaet.

Het 18 Capittel

Hoe Sr. Catharina van Lichten Berg bij mij is come woonen, en hoe Ick een Juffrou in de pest gedient hebbe.

19 Capittel

Hare gedurige onrust rakende de kinderen en van eene Sware Sieckte daer bij in viel.

Het 20 Capittel

Hoe sij geoeffent wort van eene Arme Dochter.

Het 21 Capittel

Van verscheijde beproevinge, die den Heer haer oversondt.

Het 22 Capittel

Van eenege almoesse door haer gedaen soo aen Huijs-Arme als andere.

Het 23 Capittel

Sij is behulpsaem aen een Dochter die met den duijvel beseten is.

Het 24 Capittel

Sij wort inwendigh vermaent om een Clooster van Religieuse te Stichten.

Het 25 Capittel

Hoe Sr. Elisabeth Dries bij haer comt woonen, en same gaen een plaes soecken om een nieuw Clooster te Beginnen.

Het 26 Capittel

Hoe wij naer het Huijs van vader Dries op den Commel sijn gegaen.

Het 27 Capittel

Sij wort inwendig beweght om drij Siecke vrijwillig aen te nemen, en die te dienen ter Eere van de alder-Heijligste Dreijvuldighijt.

Het 28 Cap:

Hoe Sr. Elisabeth Dries bij haer vader gaet om haer Kinsgedichte te versaecken.

Het 29 Capittel

Hoe wij na de afleijvigheijt van vader Dries salv. voorts bij onsen Hof plaetse bij kochten.

Het 30 Capittel

Hoe dat Mijn Heer de La Montangne naer de aflijvigheijt van Sijne Huijs-vrouw hier is come woonen.

Het 31 Capittel

Hoe Heer Merten Gilis hier is come woonen.

Het 32 Capittel

Nogh van verscheijde Mortificatien van Heer Meerten.

Het 33 Capittel

Van de groote peijn die Sij hadde in de uijtwendige verootmoedinge van die twee Priesters En van den iever van de eerste Susters.

Het 34 Capittel

Van den Grooten iever van de Eerste Susters om de Contagiense te dienen en andere wercke van Charitate te doen.

Het 35 Cap:

Van de Belegeringe van dese Stadt, en hoe Sij en Sr. E. Dries inwendig vermaent sijn om Mijn Heer de La Montagne uijt sijn benautheijt te helpe.

Het 36 Capittel

Van verscheijde ieverige zielen die op dese plaes geleeft hebbe en gestorve sijn.

Het 37 Capittel

Van Eenege inwendige quellinge van Sr. Elisabeth Dries en hoe sij gestorven is.

Het 38 Capittel

Sij valt in eene doodelijcke Sieckte, en van de Sieckte end Doodt van Heer Merten en de twee Broeders die bij hem woonen.

Het 39 Capittel

Hoe de pest in dese Stadt seer voor't ginck en hoe de Heere van de Maiestraet haer eenen brief schreven, sijnde tot Hoesselt.

Het 40 Capittel

Van veele Heijmelijcke almoesse, en hare vrese van bedrogen te sijn, en hoe sij versterckt wort door 3 giften die haer inwendig belooft worden.

Het 41 Capittel

Sij soeckt, en bidt Godt, om eenen goeden Leijts-man te vinden, en van haren Streijt om eenen Jongen pater daer voor te neme.

Het 42 Capittel

Sij wort inwendig gepraemt om eenege persoonen te vermanen, ofte waarschouwen, en van eenege beproevinge die haer door de Liefde van haren naesten over comen is, etc.

Het 43 Capittel

Sij dient met hare Mede Susters 700 Spaense gevangene Soldaten, waer onder 200 gequeste waren.

Het 44 Capittel

Van d'oeffeninge die haer den Heere gegeven heeft, met twee dochters die scheene sterckelijck van den Heer tot dese plaets getrocken te worden.

Het 45 Capittel

Van de verslappinge, die gevolght is in verscheijden, naer de afleijvigheijt van eenege ieverige zielen, en van veel oeffeningen die den Heer haer heeft laten over comen.

Het 46 Capittel

Hare menigvuldige tweijfelachtigheden, verdonckertheden, end. Streijde om dese Fondatie te vervoorderen, en naer Romen te senden, het welck ten Laesten is geschiet.

Het 47 Capittel

Hoe dat sij eenege Maenden voor hare Doodt den troost gehadt heeft, van het werck dat Godt door haer begeert heeft te beginnen, versekert en vast-gestelt te sien, en hoe d'Eerw. Moeder Cappouns haer in de Last van overheijt gevolght is.

Werken bij De Sphinx. Arbeidsomstandigheden aan het begin van de 20e eeuw.

In de aarde- en glaswerkfabrieken van Sphinx waren ook vrouwen genoodzaakt te werken: ze moesten voor hun gezin zorgen, werkten de hele dag in de fabriek, kregen onderbetaald en te maken met seksuele chantage. Vooral de ovenwerkplaatsen stonden in katholieke kringen bekend als ‘oorden des verderfs’. De fabrieksbazen uit het geslacht Regout hadden er bovendien een handje van om zonder vooraankondiging lonen te verlagen. Op 20 september 1895 gaan 80 vrouwen die aan de gevaarlijke vernisovens werken in staking om betere arbeidsvoorwaarden af te dwingen. Dat bracht grote risico’s met zich mee, want eenmaal ontslagen was de kans groot dat je nergens anders meer werd aangenomen.

De arbeiders woonden dikwijls in communes rondom hun werkplek - voor De Sphinx werd er zelfs speciaal het Quartier Amélie voor gebouwd (Maastrichts: Krejjedörp) en in het dichtbevolkte Boschstraatkwartier de Cité Ouvrière of het Sint-Teunisgebouw (Maastricht: Groete Bouw) in de Sint-Antoniusstraat. Dit gebouw stond begin 20e eeuw symbool voor de erbarmelijke woonomstandigheden van de Maastrichtse fabrieksarbeiders. De volkshygiëne was er slecht en cholera kwam er met regelmaat voor.

Typerend voor deze arbeiderscommunes is dat zij vereend zijn in hun (on)geluk en dat er door hun isolement makkelijk een oppositionele houding of radicalisering plaatsvindt. De onvrede van de vrouwen, die eerder al in staking gingen, was voelbaar in de wijk en werd uitgesproken in een politieke stroming die de wijk het sterkst vertegenwoordigde. Het Boschstraatkwartier werd daarom een bolwerk van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP). Ruim 40% van de SDAP in Maastricht was vrouw (voor Nederland een ongekend hoog percentage), waarvan 76% bij Sphinx werkzaam was.

Op 17 mei 1920 werd Wynandts-Louis, opgegroeid in het Sphinxmilieu, namens SDAP het eerste vrouwelijke raadslid in Nederland – vooral in het Boschstraatkwartier had men massaal op rood en op haar gestemd. Tijdens haar ambtstermijn, die tot 5 september 1949 duurde, behoorden volkshygiëne, het marktwezen en het armwezen tot haar portefeuille. Bovendien zette ze zich intensief in voor de verbetering van de positie van de gehuwde, werkende vrouw.

Selectie van beelden. Werken bij De Sphinx (beeldbank RHCL, Sphinx Beelddocumenten)

De Vroedvrouwenschool. Geboorteplaats van 80.000 Limburgse baby's.

In het katholieke Limburg was een groot gezin de norm, maar door de zware arbeid, slechte leefomstandigheden en armoe van veel mensen was ook de kindersterfte erg hoog. Een reeks kweekscholen werd daarom gebouwd, waarvan de bekendste ongetwijfeld in Heerlen terecht kwam. Mgr. Savelberg, medestichter van het St. Jozefziekenhuis, en de gemeente Heerlen stonden garant voor een Vroedvrouwenschool waar de modernste technieken werden onderwezen. De opleiding duurde 3 jaar en de eerste leerlingen konden er in 1913 aan hun opleiding beginnen. Door de grote toestroom, was het gebouw al gauw te klein. De bekende architect Jan Stuyt bouwde daarom een monumentaal complex op de Heerlerbaan, midden in de natuur en de buitenlucht dat van belang was voor de fysieke en mentale gezondheid. Het complex omvatte verblijfsgebouwen voor de inwonende leerlingen, een directeursvilla, voorzieningsgebouwen en een kapel. Het langgerekte gebouw is in neoklassieke stijl, met een paviljoenvormig poortgebouw. Bovenop het klokkentorentje stond een levensgrote, vergulde ooievaar. Voor de in Limburg alombekende Vroedvrouwenschool opging in de Academie Verloskunde in Maastricht werden er ruim 80.000 baby’s geboren.

Selectie van beelden. De Vroedvrouwenschool (collectie SHCL, EAN_0957)

Vruchtbaarheid in Limburg. De strijd tegen zuigelingensterfte.

Aan het einde van de 19e eeuw was Nederland het enige West-Europese land waar de geboortegroei niet afnam. Dat had vooral met de katholieke zuil in de maatschappij te maken: binnen de zuil kon de kerk de regels rond gezinsvorming tot norm verheffen en geboortebeperking was geheel uit den boze. Tot 1960 werden er nergens zoveel kinderen per vrouw geboren als in Limburg en Noord-Brabant. Maar door de zware arbeid, slechte leefomstandigheden en armoe van veel mensen bracht dat helaas ook grote kindersterfte met zich mee. In Limburg werd daarom een reeks kweekscholen gebouwd, waarvan de bekendste in Heerlen terecht kwam.

Andere initiatieven werden opgestart zoals de vereniging Pro Infantibus en het Limburgse Groene Kruis die met een netwerk van consultatiebureaus zorg droegen voor zwangere en pas bevallen vrouwen, alsook voor pasgeboren kinderen. Deze initiatieven gingen hand in hand met de verbetering van de volkshygiëne en het voorzien in goede informatie over hoe zorg te dragen voor jezelf, alsook met de aanlevering van gezonde voeding, zoals gezuiverde melk.

Wilhelmina van de Geijn. Conservatrix van het Natuurhistorisch Museum.

Wilhelmina van de Geijn promoveerde in 1937 op 27-jarige leeftijd in de natuurwetenschappen als een van de eerste Nederlandse vrouwen. Dat was een zeldzaamheid, ook vanwege haar paleontologische onderzoek naar de bekende ‘haaientanden van Elsloo’. Twee jaar later volgde de – toen nog – mejuffrouw Van de Geijn rector Jos. Cremers op als conservatrix van het Natuurhistorisch Museum. Cremers, stichter van het Natuurhistorisch Genootschap en eerste conservator van het museum, pleitte voor haar, maar het college van B&W wilde er niets van weten.De sollicitatieprocedure blijkt dan ook fiks, met veel gelobby en huis-aan-huisbezoeken bij alle gemeenteraadsleden. Van de Geijn, minutieus chroniqueuse van haar leven, schreef haar bevindingen neer in doodeerlijke aantekeningen.

Als Van de Geijn in 1939 toch benoemd wordt, leidt de onenigheid tot een breuk tussen gemeente en genootschap. De benoeming van Van de Geijn was echter een gulden greep: in haar negen jaar aan het roer moderniseerde zij het museum volledig, legde ze een nieuwe bibliotheek aan en vormde ze met tuinarchitect Mien Ruys de tuinen om tot een landschap uit het Krijt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog liet ze mensen in het museum onderduiken terwijl nazi’s een deel van haar collecties stalen. Dat een Amerikaanse generaal haar deze collectie later hoogstpersoonlijk terugbrengt, is volgens de bewaard gebleven foto's van de gelegenheid reden tot grote vreugde.

In 1948 nam ze noodgedwongen ontslag door in het huwelijk te treden met de latere gemeentesecretaris Toine Minis. Haar inzet voor de natuurhistorie zette zij voort als bestuurslid van het genootschap en hoofdredacteur van het Natuurhistorisch Maandblad. Als conservator betrok zij de dienstwoning achter het museum, bekend als het Huis op de Jeker. Hier, met het beste uitzicht op haar museum en haar tuinen, heeft zij tot 99-jarige leeftijd gewoond.   

Sollicitatie-reis naar Maastricht

10-6-1939 [zaterdag]

 

Aankomst. Rector [red. Jos. Cremers] wacht me op het station. Samen naar Hotel l‘Empereur. Daar het krijgsplan gesmeed onder een flinke borrel.

[red., het Hôtel de l'Empereur ligt tegenover het station]

Het nieuwste gezichtspunt van de Rector is  dat de “Bokkenlijst” alfabetisch opgesteld is! Accoorden gesmeed over de taxi waarmee ik dezer dagen m’n “rijerij” zal uitvoeren.

[red., Bokkenlijst: Voordracht van het College B&W aan de raad waar de Rooms-Katholieke priester Bijlmer s.j. uit Amsterdam bovenaan staat, tevens de voorkeurskandidaat van burgemeester Baron Michiels van Kessenich]

Met Rector per taxi naar het museum. Van daar het eerste bezoek aan de heer Hagdorn.

[red., op bovenstaande foto is de samenstelling van de Maastrichtse gemeenteraad in 1935 te zien]

 

HAGDORN

[red., zittende rij, 4e persoon van links]

Na een kwartier antichambreren in een suite, vóór rood, achter groene pluche, kwam er ’n flinke oude heer binnen die zich als Hagdorn meldde.

Na hem uit de knoop gedaan te hebben waar ik voor kwam, ging hij heel geleerd achter z’n zakagenda zitten, haalde een stompje potlood tevoorschijn en begon te ondervragen en op te teekenen.

“Mevrouw, Dr. Van de Geijn, wat is uw opleiding? Bent u academisch gevormd?” Nadat ik verzekerd had dat ik academisch gevormd was, vroeg hij of ik getrouwd was. Daarop heb ik hem meegedeeld dat er ook nog andere levensvervullingen zijn voor vrouwen. Als Brugman gepraat over het voordeel van vrouwen in deze baan. Eén blunder geslagen door te vragen of ze er in ’t zuiden op tegen zijn, meisjes in betrekkingen te stoppen, waarop H. prompt interrumpeerde: "Zoo achterlijk zijn we hier niet".

Bij de volgende vaaderen zal ik dit thema anders inpikken en ze strooplikkend vleien met: hier zullen ze wel niet zoo achterlijk zijn (conservatief is misschien mooier, minder begrijpelijk) dat ze er tegen zijn vrouwen zoo’n baan te gunnen.

Verder pende hij ijverig neer: drie jaar assistente te Leiden, twee jaar te Delft, gepubliceerd over Zuid-Limburg. Liet m’n publicaties zien, welke hij zeer geleerd doorbladerde. Merkbaar verdreef ik zijn angst voor zulke geleerdheden door te zeggen dat ik dat Engelsche stukje in de Kon. Ac. had laten vertalen. Dat gaf den burger blijkbaar moed. Hij zei zich al zoo vaak verwonderd te hebben hoe die menschen dat toch voor mekaar kregen. Nee maar, nu begreep hij dat eindelijk eens. ’t Was een reuze opluchting voor hem! Om hem nu niet al te veel een meerderwaardigheidsgevoel bij te brengen zei ik ”die Duitsche en Fransche  heb ik natuurlijk zelf vertaald”. Gelukkig begreep hij dat als vanzelfsprekend meteen. Daarna vroeg hij of zoo’n museumbaan niet bezwaarlijk zou zijn voor ’n meisje. Waarop ik aanvoerde: 5 jaar praktijk, huishoudelijke kanten van museum- en bibliotheekwerk, alles gestaafd aan voorbeelden uit de groote wereld.

Als laatste contra-argument haalt hij dan nog aan dat hij denkt dat het physiek te zwaar zal zijn voor een meisje. Ik tracht hem er van te overtuigen dat ik al lang het bijltje er bij zou hebben neergelegd als dergelijk werk te zwaar en vermoeiend zou zijn.

Hij zal alles in overweging nemen en dan niet op mij stemmen.

 

Mej. DOPPLER, niet thuis.

 [red., zittende rij, 4e persoon rechts]

 

KERSTEN

 [red., eerste staande rij, 3e persoon van rechts]

Was heet van de naald door de Rector bewerkt, één en al op mijn hand. Mooi edelsmeedwerk bekeken.

 

Middagmaal bij Jet de Jong. Daar pikt de taxichauffeur van Spronck, voorzien van lijst, me op.

 

CEULEN

 [red., eerste staande rij, 7e persoon van rechts]

De oud-burgemeester van St Pieter. Ik bewonder twee mooie spatangiden [red., versteende zee-egels]. Hij vraagt of ik bevriend ben met de Rector, dan zou ik er wel komen. Doet niet ongeschikt, maar ook niet enthousiast. Woont op een boerderij, verkoopt melk aan Pro Infantibus.

[red., Pro Infantibus: initiatief van Maastrichtse burgerij om jonge moeders na hun bevalling te ondersteunen door een netwerk van consultatiebureau's op te zetten. De bestrijding van zuigelingensterfte was essentieel in het vroeg-20e-eeuwse Limburg, onder meer door gezonde melk te leveren]

 

PIETERSE (SDAP), niet thuis.

[red., eerste staande rij, 3e persoon van links]

 

CREMERS, niet thuis.

 

HOEX

’n Aardig oud heertje in mooi huis. Belooft een en al steun. Heeft reeds bij geruchte vernomen over “baronnenvriend” enz. en moet daar niets mee te maken hebben.

[red., met de 'baronnenvriend' wordt de jezuïet Bijlmer bedoeld, de voorkeurskandidaat van burgemeester Michiels voor de conservatorspositie]

Hij zal Cremers bewerken. Een heel genoeglijk bezoek.

 

Mevr. WIJNANDS, niet thuis.

[red., zittende rij, 3e persoon van links. Anna Wynandts-Louis was het eerste vrouwelijke gemeenteraadslid in Nederland, verkozen bij de eerste verkiezingen waarbij vrouwen zich verkiesbaar mochten stellen en mochten stemmen, op 17 mei 1920. Ze vertegenwoordige SDAP]

‘r Man vraagt morgen terug te komen.

 

KEULEN (SDAP), niet thuis.

[red., eerste staande rij, 5e persoon van rechts]

 

SOETERS (SDAP)

[red., tweede staande rij, 1e persoon van links]

Een vinnige socialist. Vertelt teleurgesteld te zijn in de Rector wegens zijn nieuwe “faksistische” uitingen. Zegt alleen naar capaciteit te kijken, maar doet weinig enthousiast voor mij. Maakt nog wat verbitterde opmerkingen en laat doorschemeren dat SDAP bij het al of niet aftreden van de Rector in dec. 1938 niet op hem hebben gestemd.

 

NIJSTEN, lijsttrekker der Katholieke Democraten Maastricht.

[red., eerste staande rij, 8e persoon van links]

Ik ontmoet hem in zijn tuin, is op weg naar zijn klanten met ’n groote zak kolen op z’n fiets.

Ik stel me voor en steek ’n hand uit en zeg waarvoor ik kom.

“Kom mee juffrouw, m’n vrouw is niet thuis, maar u moet maar niet kijken”, met dat al zat ik midden in ’n gezellige woonkeuken.

Daar deelt hij mede: "Kijk ‘ns hier, juffrouw. A.s. maandag hebben we fractievergadering, daar zal de Rector een en ander vertellen (de brief van de Baron natuurlijk!) en we hebben al zoo veel goeds van u gehoord ook. Dus dat komt in orde".

Meteen stapte hij van het museum-chapiter af en haalt een groot portrettenschilderij van de muur en vertelt hebben en houden van al zijn familieleden, vooral van degenen die het al ver in de wereld geschopt hebben, bv.: een neef is referendaris bij de posterijen in Den Haag, een aangetrouwde nicht is verpleegster. Zelf geen kinderen. Hij heeft er nu spijt van te laat getrouwd te zijn.

 

SCHOONBROOD, niet thuis, morgen tussen half twee en twee.

 [red., zittende rij, 6e persoon van rechts]

 

DUYSENS, over tien minuten terug.

[red., zittende rij, 2e persoon van links]

 

Inmiddels kopje thee gedronken bij Jet de Jong-ten Doeschate.

 

DUYSENS

Stelletje kinderen springt rond. Mag in het salon. Oude heertje komt tevoorschijn. Doet kortaf, stug, vervelend. Heb het niet op hem. Schijnt pas met een jonge vrouw hertrouwd te zijn. Hij moet opgewarmd worden. Geen gesprek.

 

VERNAUS

Eerst niet thuis. Maar al pratend met z’n vrouw komt hij in een slagerskieltje aangereden. Ik doe hem een en ander uit de knoop. Hij trekt me op zij van z’n huis en vertelt dat KDM vóór mij is.

[red., KDM: Katholieke Democraten Maastricht]

 

LINSSEN

[red., eerste staande rij, 6e persoon van rechts]

Stokoud, geschikt, laat niets los. Praat verstandig alleen over de zaak.

 

PAULISSEN

[red., zittende rij, 1e persoon links]

Aardig, SDAP-er. Zéér enthousiast over museum, doch in den Rector via de conciërge gedesillusioneerd! Aangezien ik hem vertel dat hij eindelijk eens een man is die er verstand van heeft, voelt hij zich nu geroepen, z’n hele partij aan te porren. Doet reuze enthousiast voor mij!

 

CREMERS

Chauffeur zegt juist Cremers in den auto te hebben zien liggen. Terug naar Cremers. Doet zelf open, waggelt naar een kamer, zucht zwaar en diep, hangt over een stoel, terwijl ik intussen mijn kaartje afgeef en het bekende verhaal afsteek. Hij zal het wel zien, brabbelt hij. Terug in de auto deelt de chauffeur mij mee dat hij nogal eens te diep in het glaasje kijkt! Blijkbaar was hij ook vanmiddag op de Maastrichtse kermis geweest.

 

v.d. ZWAAN

Niet thuis. Zijn vrouw zegt dat ze naar V. en D. gaan een bakje koffie drinken. Vraagt mij om 7 uur terug te komen.

 

Dr. HOLLMAN

Niet te spreken. Morgen om 10 uur terug.

 

v.d. ZWAAN

Was aardig. Beloofde een en al medewerking.

 

PIETERSE

[red., eerste staande rij, 3e persoon van links]

Waarschuwt mij dat de Kath. Fractie vast geen meisje willen benoemen. Hunnerzijds geen bezwaar. Zal overleg plegen met de fractie.

 

KEULEN

[red., eerste staande rij, 5e persoon van rechts]

SDAP. Zal met zijn kornuiten spreken. Lijkt niet ongeschikt.

 

v.d. VELDE

[red., eerste staande rij, 6e persoon van links]

Is op huwelijksreis en met de raadsvergadering niet terug.

 

MICHON

[red., eerste staande rij, 4e persoon van links]

Oud heertje, gaf alle medewerking. Hij zou de stukken inzien. Is te bewerken.

 

The next day

11-6-1939 [zondag]

 

UBAGHS

[red., zittende rij, 3e persoon van rechts]

Zit in de war, maar zal met de Rector spreken. Geschikt.

 

DOLMANS

[red., eerste staande rij, 5e persoon van links]

Heeft reeds met de Rector gesproken.

 

Mevr. WIJNANDS

[red., zittende rij, 3e persoon van links]

Voor de vierde maal geeft ze niet thuis.

 

Mr. JANSSEN

[red., tweede staande rij, 2e persoon van links]

Geeft mij een behoorlijke kans, zegt dat de voordracht alphabetisch is.

 

DEUSSEN

Reeds om 6 uur ’s morgens op reis gegaan.

 

BOOSTEN

[red., tweede staande rij, 4e van links]

Niet te pakken gekregen.

 

DEFECHE

Is kortaf, heeft Rector geschreven over medewerking.

 

FREENS

KDM geeft alle medewerking.

 

Kapper LOONTJENS

[red., tweede staande rij, 3e persoon van rechts]

Zal een en ander van zijn vrouw horen.

 

VEENHOF

[red., tweede staande rij, 1e persoon van rechts]

Is ziekelijk, doet geschikt en zal een goed woordje doen.

 

Dr. HOLLMAN

Zal mijn Z-Limburgse belangstelling naar voren brengen.

 

SCHAEPKENS

[red., zittende rij, 5e persoon van links]

Kreeg haaientand van hem. Deed erg gevleid. Was in dít geval wel voor een meisje.

 

Mej. DOPPLER

[red., zittende rij, 4e persoon van rechts]

Deed zeer geschikt. Zij zal op het huishoudelijk gedeelte wijzen, maar belooft niets.

 

Mevr. SCHÖPPING

Heeft dochter die ook studeert. Ze zal goed haar best doen bij haar man.

 

Benoemd met 24 van de 28 stemmen.

 

Bibliografie van de tentoonstelling

Archiefmateriaal

Centre Céramique. Limburger Koerier 1860/1940; 1902/1920; 1937/1944. | Centre Céramique. Volkstribuun 10-1891/9-1893; 10-1894/9-1897. | ReclameArsenaal. BG E17. Collectie 150 jaar Nederlandse reclame. | Regionaal Historisch Centrum Limburg. 14.B002H Broederschap der kapelanen van Sint Servaas te Maastricht, 1139-1797. 84 Akte waarbij Andries Bouwens en Ghertruyt Happart, echtgenoten, voor Elisabeth Strouven c.s. en de door haar verzorgde armen en zieken twee wekelijkse missen stichten, 1635 november 30. | Regionaal Historisch Centrum Limburg. 18.A - nr 378: Autobiografie. / Elisabeth Strouven, 1600-1700. | Regionaal Historisch Centrum Limburg. 21.031 Vereniging sinds 1979 Stichting Pro Infantibus Maastricht, 1908-1999. | Regionaal Historisch Centrum Limburg. 22.001A - nr 507: Autobiografie / Strouven Elisabeth. | Regionaal Historisch Centrum Limburg. 22.078 Fotocollectie GAM (via beeldbank.rhcl.nl). | Regionaal Historisch Centrum Limburg. Kwartierstaat van Maximiliana van Salm-Reifferscheidt uit 1774. | Sociaal Historisch Centrum Limburg. EAN_0957 Academie Verloskunde Maastricht, Vroedvrouwenschool sinds 1913, RK Stichting Moederschapzorg te Heerlen, later Kerkrade, voorheen RK Vereeniging Moederschapzorg (Vroedvrouwenschool), 1907-2002. | Sociaal Historisch Centrum Limburg. EAN_1129 Beeldcollectie Sphinx (via beeldbank.rhcl.nl).

 

Artikelen

Berkeljon, S. (2020, 30-10). 'Abortus staat symbool voor hoe ongelijk mannen en vrouwen in Nederland behandeld worden'. De Volkskrant. | Bolwijn, M. (2020, 5-9). 'Abortus is hun recht en wij maken het mogelijk'. De Volkskrant. | Ebron, P. & Tsing, A.L. (2017). 'Feminism and the Anthropocene. Assessing the Field through Recent Books'. In: Feminist Studies 43(3): 658-683. | Lippke, A.C. (2019, 30-10). 'Love in a Mist - or Devil in a bush? How the politics of fertility relate to the subjugation of the natural world'. Harvard University Graduate School of Design.

 

Boeken

Brondizio, E.S., Díaz, S., Ngo, J. & Settele, J. (2019). Global Assessment Report on Biodiveristy and Ecosystem Services. Bonn: IPBES Secretariat. | Evers, I.M.H. (red.) (1986). Bonne et Servante. Uit de geschiedenis van de Maastrichtse vrouw. Maastricht: Uitgeverij Eygelshoven. | Haraway, D. (2016). Stayin with the trouble. Making Kin in the Cthulhucene. Durham, NC: Duke University Press. | Iterson, A. van (2020). De moeder van de Kommel. De autobiografie van Elisabeth Strouven (1600-1661). Amsterdam: Uitgeverij Panchaud. | Jamar, J. (red.) (2009). Vroedvrouwenschool. 100 jaar Moederschapszorg in Limburg. Hilversum: Uitgeverij Verloren. | Knotter, A. (red.) (2016). Keramiekstad. Maastricht en de aardewerkindustrie in de negentiende en twintigste eeuw. Zwolle: Uitgeverij WBooks. | Riddle, J.M. (1997). Eve's Herbs. A History of Contraception and Abortion in the West. Cambridge, MA: Harvard University Press. | Vught, Th. van (2015). Een arbeidersbuurt onder de rook van 'De Sphinx'. Een sociaal-ruimtelijke geschiedenis van het Boschstraatkwartier-Oost te Maastricht, 1829-1904. Hilversum: Uitgeverij Verloren. | Welten, J. (2019). De vergeten prinsessen van Thorn (1700-1794). Gorredijk: Sterck & De Vreese.

 

Film

Qapirangajuq: Inuit Knowledge and Climate Change. Kunuk, Z. (reg.) & Mauro, I. (research). Igloolik Isuma Productions (2010) (60 min.) | Van wondermiddel tot nachtmerrie. Het DES-hormoon. Koren, Y. (reg.) & Berg, E. van den (research). NTR/Andere Tijden (2012, 18-3) (30 min.). |  Vessel. Whitten, D. (reg.). Sovereignty Productions (2014) (90 min.).

 

Websites

ateliervanlieshout.com | avlmundo.org | desaction.org | desireedolron.com | dianalylewhitten.com | ipbes.net | nextnature.net | nvga.net | plannedparenthood.org | seamlessterritory.org | tabitarezaire.com | vesselthefilm.com | wakkerdier.nl | womenonwaves.org | womenonweb.org | yaelbartana.com