In geval van nood!

Verstoppen, verschuilen en verschansen in Maastricht

25 juni t/m 14 augustus 2022

Maastricht heeft een geschiedenis van verschuilen, verstoppen en verschansen. Van Middeleeuwse stadsmuren tot de latere verdedigingswerken, die al eeuwenlang het stadsgezicht bepalen of pas sinds een decennium weer publiek zijn ontsloten.

Schuilkelders, bunkers, uitkijkposten en tunnels blijven voor ons verstopt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd een sterke ondergrondse infrastructuur van schuilplekken opgezet, voor mensen én voor wereldberoemde kunstwerken. Tijdens de dreigingen van de Koude Oorlog trof de Bescherming Bevolking (BB) voorbereidingen in de stad. Je weet immers maar nooit wanneer een noodgeval kan toeslaan.

Deze wandeling is geschreven in het kader van de expo Prepper Paradise bij Bureau Europa.

Afstand 5 km
Wandeltijd 2 uur

Tip! Je kunt ook een audiotour doen! 

1. We vertrekken bij Bureau Europa, platform voor architectuur en design. Dit is de Directeursvilla (1905-1911) in Romeinse stijl. Deze oude showroom van de Sphinx is door ondergrondse tunnels met het terrein aan de overkant van de Boschstraat en met het Bassin verbonden. Door de tunnels werden producten makkelijk vervoerd van de fabriek naar de binnenhaven (en geen weggesmokkelde arbeiderskinderen!). Omdat de beginnende industrie werd beperkt door de vestingwerken was een optimale verbinding met het Bassin essentieel.

2. Het karakteristieke Eiffelgebouw tekent vanaf 1929 de skyline van het Sphinxkwartier. Loop door de tegelpassage langs het gebouw en ga aan het einde rechts het hoekje om. Je staat bij Eiffel Zuid. Door het raam zie je, boven de keldertrap, een bijzondere plaquette. Nog geen drie weken vóór de bevrijding zou 18 augustus 1944 te boek gaan als Zwarte Vrijdag. Het luchtalarm had nog geen tijd gehad om af te gaan, of twaalf Amerikaanse ‘Vliegende Forten’ lieten twee ladingen bommen vallen op Maastricht. De spoorbrug was het doelwit, maar juist twee woonbuurten, Rooddorp (Roed Dörrep) en het Quartier Amélie (Krejje Dörrep) werden geraakt. Dit zware bombardement had bijna honderd doden tot gevolg die werden opgebaard in de Dominicanenkerk. Het front kwam dichterbij en mensen zochten een veilig onderkomen in de schuilkelder van de Sphinx. De geglazuurde gedenkplaquette is van kunstenaar Charles Vos.

Zwarte Vrijdag in 1944: veel mensen zochten schuilplekken in Maastricht, ook onder het Eiffelgebouw.

3. Loop terug naar de Boschstraat, onder de Penitentenpoort, en sla rechtsaf naar de Markt. Op de hoek met Achter de Barakken waan je je aan de overkant van de straat in Parijse sferen. Het huidige hotel Monastère heette ooit de Refugie van Hocht. Eeuwenlang was het Limburgse platteland het speelveld voor vijandelijke legers en roversbenden. Vooral de rijke abdijen werden verlekkerd geplunderd. In tijden van onrust, verschuilden de kloosterlingen zich achter de stadsmuren in refugies: versterkte, stenen heenkomens, ook voor hun kostbaarheden. De cisterciënzerinnen van de Abdij van Hocht in Lanaken bivakkeerden vanaf 1380 in de Boschstraat, in de stadswoning van hun abdis, samen met hun lucratieve landbouwopbrengsten. Het huidige uiterlijk in Franse stijl danken we aan Sphinx-oprichter Petrus Regout, die er een chic optrekje voor zijn vrijgezelle zonen van maakte, tot zijn vrouw Aldegonda in 1876 de boel verkocht aan de Zusters van het Arme Kind Jezus uit Simpelveld.

4. Loop door Achter de Barakken en Maagdendries naar het kruispunt. Aan de overkant, in het verlengde van de Maagdendries, liggen langs de Cabergerweg de kazemat van bastion A en verderop het Fort Willem. Vlak na Napoleons ontsnapping van Elba en de hernieuwde Franse mobilisatie in 1815 bouwde de militaire gouverneur in allerijl een fort op de zwak verdedigde Caberg. Vijftig jaar later was Maastricht vestingstad af en verloor ‘fort Willem’ zijn functie. Tijdens de Koude Oorlog huisde in de kazemat de BB, die hulp bood bij oorlogssituaties en rampenbestrijding met zijn brandweer-, eerstehulp- en reddingsdiensten De BB was ook belast met volksvoorlichting. De dreiging van een Derde Wereldoorlog, met kernwapens, was reëel: hoe bereid je je daarop voor? Het Provinciale Centrum voor Civiele Verdediging (zeg maar: atoombunker) was daarom vanaf 1961 in het fort gevestigd. Mocht het nodig zijn, had de gouverneur van Limburg hier zijn tweede bed staan.

In de kazemat van Bastion A bij Fort Willem had de Bescherming Bevolking zijn hoofdkwartier.

5. Je kunt nu een stukje door het Frontenpark wandelen. Sinds 2019 zijn de Lage en Hoge Fronten (De Wèrreke) weer met elkaar verbonden door de droge verbindingsgracht. De Linie van Du Moulin, vernoemd naar haar ontwerper Carel Diederik du Moulin, is het best bewaarde deel van de achttiende-eeuwse Hoge Fronten. Deze liepen ooit langs de hele westzijde van de stad tot de Jeker, waar nu alleen nog het Waldeckbastion staat. Onder je voeten loopt een ondergronds netwerk van elf kilometer: een mijnenstelsel dat in verbinding stond met caponnières (gedekte galerijen met schietgaten om de droge gracht te verdedigen). De verschillende bastions (uit de muren springende verdedigingswerken) en lunetten (vrijstaande bastions) waren zo beter verdedigbaar. Tot 1867 beschermden de Fronten de stad. Sinds 1993 is de Linie het beschermde leefgebied van de muurhagedis.

De Linie Du Moulin is deel van de Fronten, die zich ooit langs de hele westzijde van vestingstad Maastricht uitstrekten.

6. Eenmaal uit het park en weer op de Statensingel steek je over naar Laagfrankrijk. Op de kruising met Hoogfrankrijk en Herbenusstraat, ga je rechts. Op deze plek lag een zestiende-eeuwse Kat genaamd Hoog Frankrijk: een opstelplaats boven op de fortificatie voor geschut, inclusief kruitmagazijn, vanaf 1567 onderhouden en verdedigd door het garnizoen. Tot dan viel die eer de kerspels te beurt (een BB avant la lettre, die zorg droeg voor brand- en openbare veiligheid). Advocaat Victor de Stuers pleitte voor behoud van de vestingwerken na 1867, toen Maastricht zijn vestingstatus verloor, en zette aan tot een nationale monumentenzorg. De Kat Hoog Frankrijk moest echter wijken voor de hoognodige stadsuitbreiding. Wel zijn er nog de twintigste-eeuwse schuilkelders én het Jekerkanaal dat sinds 1676 ondergronds 1165 meter ver tussen Kommen en Lage Fronten loopt.

7. Loop ietsje verder door de Herbenusstraat. Tegenover de Kazemattenstraat kun je links langs het gebouw met de torentjes een smal steegje in. Dit Cellebroedersstraatje gaat voorbij het terrein van De Beyart naar de Cellebroederskapel. Dit gebied tussen de eerste en tweede Middeleeuwse stadsmuur was lang dunbevolkt. Hier bouwden lekenbroeders het eerste Cellebroedersklooster (nou ja, de eerste hutjes, cellae). In 1539 kregen deze ongewijde religieuzen de opvang van verschoppelingen onder hun hoede en zorgden zij voor pestlijders, zwakzinnigen en aan lagerwal geraakte priesters en burgers. In de Franse tijd werden de kloosterordes afgeschaft maar werd het verstoten van ongewenste elementen naar het klooster aan de stadsrand voortgezet, kort als gevangenis en tot 1821 als gebrekkigenhuis. De zestiende-eeuwse, laatgotische kapel en kloostergang zijn daarentegen verborgen pareltjes.

Het cellebroedersklooster was ooit de opvangplek van verschoppelingen, midden tussen de eerste (gele) en de tweede (groene) Middeleeuwse stadsmuren. Ooit een verlaten gebied.

8. Je komt hierna uit in de Brusselse Straat. Ga links en sla daarna de Grote Gracht in. Aan je linkerhand tref je op nummer 76 een fortachtige art-decogevel. Tot 1978 was hier het Jeanne d’Arc College. Het pand uit 1922 van architecten Marres en Sandhövel valt op door zijn expressionistische baksteenwerk en glas-in-loodramen en een uitbreiding met kalksteenplaten uit 1938 door Alphons Boosten. In de kelder van het schoolgebouw schuilden na het Amerikaanse bombardement honderden mensen. Het Rode Kruis richtte in de fietsenkelder een medische post en kraamkamer in waar zeventien kinderen door dokter Leith in september 1944 ter wereld werden gebracht. Eentje behaalde er in 1962 nog haar diploma. In de kelder hangt een gedenkreliëf van kunstenaar Charles Vos.

9. Loop de Grote Gracht af tot op de Markt. Vóór het stadhuis heb je het beste uitzicht. Wie goed kijkt, ziet dat de Markt twee kanten heeft: de stenen kant in het zuiden bevond zich binnen de eerste Middeleeuwse stadsmuur, de groene kant in het noorden erbuiten. Je kunt de lijn van de Grote Gracht doortrekken in de Kleine Gracht. Hier lagen de Lakenhal en de Gevangenpoort, waar de voetboogschutterij vergaderde en wederdopers gevangengezet werden. De gevechten op de Markt tijdens de Spaanse Furie in 1576 hebben beide gebouwen niet onberoerd gelaten. Pas in 1659 werd de brandbeschadigde Lakenhal, samen met de Gevangenpoort, verkocht, afgebroken en hergebruikt voor de funderingen van het nieuwe Stadhuis van Pieter Post. Door de afbraak van de stadsmuur kwamen twee pleinen samen tot één groot, vierkant plein: de Markt. Waar de stadsklokken vroeger het sluiten der stadspoorten signaleerden en voor brand waarschuwden, maakt het carillon van het nieuwe stadhuis sinds 1670 alleen nog maar muziek om het uur aan te duiden.

Wist je dat de Markt ooit twee pleinen was, van elkaar gescheiden door de stadsmuur? Op de ruïnes van de Lakenhal staat nu het stadhuis.

10. Tussen FEBO en De Zwaan loopt één van Maastrichts oudste straten: de Nieuwstraat. Volg deze en sla linksaf de Grote Staat in. Je kijkt nu tegen het hoge Dinghuis aan. Dit oude gerechtsgebouw ligt op de kruising van de Grote en Kleine Staat, Muntstraat en Jodenstraat (een verbastering van Judasstraat, naar het Judasbeeld dat zondaars moest ontmoedigen). Het uiterlijk is sinds de vijftiende eeuw flink veranderd. De hoogte was er altijd al: de dakruiter met noodklok werd gebruikt als uitkijkpost met noodklok. Handig in een stad met overwegend vakwerkhuizen met rieten daken, waar het brandgevaar dus groot was. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het torentje eveneens een uitkijkpost, ditmaal voor de Luchtbeschermingsdienst, met in plaats van een noodklok een sirene. Om het Dinghuis tegen bommen te wapenen, werd een betonnen vloer op de eerste verdieping gelegd. Die zorgde later wel voor verzakkingen…

Bovenop het Dinghuis had de Luchtbeschermingsdienst een uitkijkpost. Daarvoor diende de dakruiter ook al als uitkijkpost, voor grote branden.

11. Loop terug door de Grote Staat naar het Vrijthof. Tot 2002 stond je hier boven op de grootste schuilkelder van Maastricht. Hoewel het Middelnederlandse ‘vrit-hof’ niet naar een begraafplaats verwijst maar naar een omheinde hof bij een kerk (daarom eigenlijk ook: ‘de Vrijthof’), zijn er wel honderden Merovingische graven gevonden tijdens opgravingen. Die werden uitgevoerd voor de aanleg van een ondergrondse garage, die feestelijk werd geopend in 1972. De feestelijkheden verhulden dat het onderste parkeerdek bij een noodgeval twaalfduizend mensen moest kunnen opvangen. Veel parkeergarages dienden toen namelijk een tweede functie als atoombunker: er waren continu voldoende voedsel, water, dekens en een eigen noodstroomaggregaat voorhanden. De dreiging van ‘de bom’ hing in de lucht: Russische raketten waren zekerheidshalve op Maastricht gericht, vanwege de NAVO in de Cannerberg. Of de vele schuilkelders in de stad toereikend waren, is nog maar de vraag.

Onder het Vrijthof lag ooit een belangrijke atoombunker. Veel ondergrondse garages kregen tijdens de Koude Oorlog die tweede functie mee.

12. Loop nu door het Vagevuur, het straatje tussen de katholieke Sint Servaas en protestantse Sint Jan. Voorbij de kerken ga je naar links, richting het oude Gouvernement. Ga daar rechtsaf de Bouillonstraat in, aan het eind opnieuw naar rechts, dan direct links, de Ezelmarkt in. Houd links aan en blijf rechtdoor lopen tot je op het stadsmuurpoortje stuit. Je kunt hier het park in. De Tapijnkazerne zie je rechts voor je. Deze voormalige kazerne is sinds 2013 universiteitscampus, maar tot 2010 zaten hier nog NAVO-militairen uit Brunssum. Door de gewelddadige beeldenstorm een paar eeuwen eerder kreeg Maastricht in 1567 een permanent garnizoen. Ook al verviel dat officieel precies drie eeuwen later, bleef Maastricht tot ver in de twintigste eeuw garnizoensstad. De troepen die in 1940 in de Tapijnkazerne (1916-19 van architect Cornelis Blaauw) zaten, moesten de Duitse opmars zoveel mogelijk vertragen door de bruggen over de Maas op te blazen. Ondergronds zijn schuilloopgraven te vinden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog konden ze niet worden gebruikt, ook de kazerne werd namelijk door het Duitse leger bezet. Maar in de periode van de Koude Oorlog konden ze wel eens te pas komen…

Vandaag is het een universiteitscampus, maar op de 20e-eeuwse Tapijnkazerne zaten ooit de soldaten die van levensbelang waren voor de verdediging van Maastricht tijdens WO II.

13. Loop langs de Jeker door het park, voorbij de Tapijnkazerne. Loop langs de muur naar de straat. De Tongersestraat en -weg gaan hier nu in elkaar over. Tot 1868 stond hier de Tongersepoort. Rondom het openen en sluiten van de poorten bestonden strenge protocollen: bovenop het geluid van de klepperlieden die door de stad banjerden om te verkondigen dat het rustig was, of de kanonnen van de Hoofdwacht op het Vrijthof die waarschuwden bij gevaar, luidden in de hele stad de klokken om het openen en sluiten der poorten te markeren. Maastricht ging elke avond in ‘lockdown’. Je ziet een laag, lang gebouw met ver uitstekend zadeldak: het vroeg achttiende-eeuwse wachthuis met het muurkluisje dat gebruikt door de brandwachten. Dit heet ook het commiezenhuis, naar de douaneambtenaar ofwel commies die met de militaire wacht, bij elke stadspoort vertegenwoordigd, streng oog hield op wat en wie de stad binnenkwam en uitging.

Waar de Tongersestraat de Tongerseweg wordt, lag ooit de Tongersepoort. Er heerste strenge protocollen rond de stadspoorten van Maastricht.

14. Vanaf het commiezenhuis loop je de oude stad uit. De rotonde steek je over, de Tongerseweg in. Links ligt het Waldeckpark, waar je het gelijknamige bastion uit 1690 en de kazematten nog steeds kunt bezoeken. Bij Café de Tramhalte loop je de woonwijk in. Even verderop ligt links de ingang naar een voormalige schuilkelder: het Museum Schuilen in Maastricht… Eenmaal maandelijks kun je in het museum met foto’s en voorwerpen de schuilkelders van de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog herbeleven. In 2022 een relevant thema, want de spanning tussen Rusland en het Westen loopt opnieuw op. Moeten we in Limburg weer schuilkelders inrichten? In de jaren ’60 was er zelfs een overheidspotje voor: je kreeg subsidie om direct een schuilkelder onder je nieuwe gebouw aan te leggen. Vandaag zijn die kelders niet meer operationeel. Met goed geluk hebben we er nooit meer nood aan.

We zijn aan het einde van de wandeling gekomen. Wil je meer weten over schuil- en verstopplekken in de buurt? Bezoek het NAVO-commandocenter in de Cannerberg of de Kunstkluis in de Sint-Pietersberg. Kijk voor meer informatie op schuileninmaastricht.com, maastricht-underground.nl en maastrichtvestingstad.nl.

Teksten Remco Beckers | Opmaak Dennis van Eikenhorst | Met dank aan Koninklijk LGOG, Museum Schuilen in Maastricht…

Beelden Buro Sant & Co | Cellebroederskapel.nl | Centre Céramique | CharlesVos.nl | Jan van Tol | Kleon3 (Wikimedia) | LIAG Architecten | MaastrichtDigitaal.nl | Marcel van den Bergh | MestreechterSteerke.nl | Nijst, E. (1944). Ick Waeck | Regionaal Historisch Centrum Limburg | Ronald Tilleman | VestingMaastricht.nl | ZichtOpMaastricht.nl