Hartsuyker

Visies op alternatieve woningen

12 juni t/m 15 augustus 2021

Bureau Europa onderzoekt met de tentoonstelling Love in a Mist de historische positie van de vrouw en de ruimte die zij zichzelf verschaft om haar vermogen te kunnen uiten. In een lezingenreeks, naar een idee van Merel Pit en haar publicatie Mevr. de Architect, komt de vrouwelijke architectuur concreet aan bod. Het vrouwvriendelijke vormgeven staat ook centraal in nog een andere aanvulling die voortvloeit uit een samenwerking met Het Nieuwe Instituut in Rotterdam.

Met de aanvullende archiefpresentatie van Het Nieuwe Instituut wordt een greep gedaan uit het oeuvre van architecte Luzia Hartsuyker-Curjel (1926-2011) en haar man Enrico (1925-2015), met bruiklenen uit de Rijkscollectie voor Nederlandse Architectuur en Stedenbouw.  Aan de hand van originele tekeningen wordt getoond hoe de Hartsuykers hun alternatieve en soms radicale woonideeën- en oplossingen probeerden uit te voeren vanaf de periode van de Wederopbouw tot diep in de jaren ’90 van de vorige eeuw.

Een utopische droom In de jaren '60 kregen de stedenbouwkundige modellen Biopolis en Hydrobiopolis van de Hartsuykers nationaal en internationaal veel aandacht vanwege hun radicaal nieuwe uitgangspunten: geen scheiding van functies maar juist integratie daarvan. Hun visie voor en op de nieuwe stad bestond uit trapsgewijs oplopende woonlagen. Daarnaast werden wonen, recreatie, werken en vervoer allemaal verenigd. Groenvoorzieningen waren niet onbelangrijk en het hele ontwerp werd voorzien van parken, bomen en struiken. De woningen in Biopolis waren opengewerkt en bestonden niet uit kleine, afgescheiden kamers zoals gebruikelijk was.

Op deze manier was het utopische model niet alleen gestoeld op het idee van een gezinswoning. Daarnaast stond in Biopolis en Hydrobiopolis het idee centraal dat een stad geen natuurlijk gegeven is maar een zuiver kunstmatig gebied en dat stedenbouw zich daarom moet aanpassen aan gebruikers en niet andersom.  

De vrouwvriendelijke woningen Luzia ontwierp in de jaren '80 de zogenaamde vrouwvriendelijke woningen. Traditionele woningindelingen maakten plaats voor gelijkwaardige ruimten. Vanaf dat decennium kwam er vanuit de vrouwenbeweging, waar Luzia nauw bij betrokken was, kritiek op de gangbare woonplattegronden. Deze zijn gebaseerd op een rolbevestigende opvatting en gaan uit van het kerngezin. Dit valt binnen een eeuwenoud patroon van architectuur die doelbewust werd vormgegeven om bepaalde sociale hiërarchieën in stand te houden en die ook terug te vinden is in klooster-, fabrieks-, scholen- en andere architectuur. De tentoonstelling Love in a Mist toont hoe dergelijke vormgeving de vrouw in een keurslijf stopte, die zij doorbrak door juist tegen die architectuur in te gaan en ze naar haar eigen hand te zetten.

Zo geschiedde ook in de jaren ‘80. Luzia Hartsuyker-Curjel zocht naar alternatieven voor het traditionele wonen. De bekritiseerde woonplattegronden laten weinig flexibiliteit toe en komen niet tegemoet aan een ander samenlevingspatroon: haar patiowoningen zijn hiervoor een oplossing. Ook haar ‘andere driekamerwoning’ is een voorbeeld van een ontwerp voor een flat met drie gelijkwaardige kamers die allemaal even groot zijn en eenzelfde relatie hebben met de keuken en badkamer. Vrij voor de bewoner om zelf in te richten en in te delen.

De archiefpresentatie toont tekeningen en maquettes van Biopolis en de zogeheten patio- of omloopwoningen.

Conservator Eline de Graaf | Supervisie Floor van Spaendonck | Teksten Eline de Graaf en Remco Beckers | Vertaling JLC Coburn | Registrar uitgaande bruiklenen Elza van den Berg | Marketing en communicatie Paulien Routs, Yongbloed